De balseming van Prins Willem van Oranje

Titel "De balseming van Prins Willem van Oranje", in: Pharmaceutisch Weekblad. Orgaan van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Pharmacie, jrg 119, nr 28, 1984, pp. 619-622. Noten, Literatuur.  
Auteur Bosman-Jelgersma, R.A. e.a.
Jaar van uitgave 1984
Citaat "Deze week is het 400 jaar geleden (10 juli 1584) dat Prins Willem van Oranje door Balthazar Gerards werd vermoord. Na de dodelijke aanslag werd door twee Delftse medici, Pieter van Foreest (Petrus Forestus) en Cornelius Busennius, sectie verricht, waarna het lichaam werd gebalsemd. De ingrediënten voor de balseming werden geleverd door de Delftse apotheker Dirck Cluyt. In de 'Opera Omnia' van Petrus Forestus, de lijfarts van de Prins, is uitvoerig beschreven welke grondstoffen men nodig had en hoe deze in de apotheek van Cluyt tot de gewenste preparaten werden bereid.In dit artikel worden de sectie en de recepten voor de balseming beschreven." (619)"Apothekers hebben door de eeuwen heen een belangrijke rol gespeeld bij het balsemen van over­ledenen. Dit geldt in het bijzonder voor apothekers die in dienst waren van vorstenhuizen, de hofapo­thekers. Dirck Cluyt was officieel geen hofapothe­ker, maar hij heeft wel alles verzorgd wat Pieter van Foreest, de lijfarts van de Prins, voor de balseming van diens stoffelijk overschot nodig had. Een proces, dat vooral door de aard van de grondstoffen een kostbare aangelegenheid was.De waarneming (observatio 29) van Forestus, door hem beschreven in zijn 29e boek, handelt over het balsemen van verschillende Hollandse edelen en hij geeft daarna een uitgebreide verklaring (scholia), toegelicht met verschillende voorbeelden, hoe een lichaam kan worden geconserveerd. In deze 'scholia' komt ook de balseming van de Prins van Oranje ter sprake. Uitvoerig worden de ingrediënten opge­somd die daarbij zijn gebruikt. Zo beschrijft hij een samengesteld poeder om het lichaam mee in te wrijven ('zoals men varkensvlees placht te zouten'), een vloeistof om de lichaamsholten van binnen uit te wassen (een acetum) en een pleister van wasachtige consistentie om lichaamsopeningen af te dichten (een ceratum). Ook het 'sparadrap' wordt genoemd, een linnen doek, gedrenkt in was en terpentijn. Hierin werd het lichaam gewikkeld om dit van de buitenlucht af te sluiten. Dit 'sparadrap' heette ook wel 'wassen kleed'. Ook werden sponsen, brande­wijn en katoen (het zogenaamde 'werk') gebruikt. Want de lichaamsholten moesten na het uitwassen worden opgevuld met in brandewijn gedoopt 'werk'. Vooral gomharsen, balsems en kruiden met een belangrijk gehalte aan etherische oliën waren voor het balsemen nodig.Neemt men in aanmerking dat op de dag van de moord, onmiddellijk na de lijkschouwing, de balse­ming van het stoffelijk overschot van de Prins heeft plaatsgevonden, dan kan men zich voorstellen dat apotheker Cluyt in korte tijd heel wat werk heeft moeten verrichten. Immers, alle grondstoffen moes­ten eerst tot een voldoende graad van fijnheid worden gebracht om de recepten 'volgens de regelen der kunst' te bereiden.Uit de bestaande literatuur over dit onderwerp krijgt men soms de indruk dat Van Foreest in zijn werken een zeer uitvoerige beschrijving heeft gege­ven van de wijze waarop hij het lijk van de Prins heeft behandeld. De nadruk blijkt echter geheel te liggen op de ingrediënten die door hem zijn gebruikt. Deze worden uitvoerig vermeld. Daarbij geeft Van Foreest aanwijzingen hoe een lichaam moet worden geprepareerd, zodat het acht tot tien jaar of langer bewaard kan blijven. Welke methode hij voor het balsemen van het lichaam van Willem van Oranje precies heeft gevolgd, wordt door hem niet exact beschreven. Hieronder volgt zijn beschrij­ving van de ingrediënten." (621)
Trefwoorden balseming autopsie WET moord