Het Geuzenboek

Titel Het Geuzenboek, Amsterdam : Uitgeverij De Arbeiderspers / Em. Querido's Uitgeverij,  1979. 707 blz.
Auteur Boon, Louis Paul
Jaar van uitgave 1979
Citaat "De moeder van keizer Karel stierf, en de moeder van Willem van Nassau maakte vanuit Dillenburg in Duitsland de voor haar ongemakkelijke reis per koets naar Breda in de Nederlanden. Ze was een eenvoudige landelijke edeldame met Lutherse opvattingen, en in het kasteel te Breda stond ze verbijsterd. Ze ontving haar plaats aan de onafzienbare tafel, met wit damast overdekt, en waarop het rijke en overvloedige voedsel op gouden en zilveren schotels werd aan­gebracht. En dit vrouwtje zat ontsteld de gobelins aan te kijken, de schilderijen van Frans Floris uit Antwerpen, waarop figuren prijkten die misschien wel godinnen uit de oudheid voorstelden, maar toch vrouwen waren die hun naaktheid uitstalden. En temidden van al deze weelde zag ze haar zoon, haar eerstgeborene, als een man van de wereld, rijk gekleed in Italiaans fluweel, de handen schitterend van de kostbare ringen met fonkelend gesteente. Haast als een konings­zoon nam hij haar hand, drukte er een eerbiedige zoen op en vroeg haar zegen. Doch welke zegen? Deze van een Luthers vrouwtje dat haar eerstgeborene na jaren terug ontmoette als een prins, de steun van zijn keizer en de vertrouweling der landvoogdes, en die tussen zijn schilderijen met blote heidense godinnen de Roomse godsdienst beleed?Soms begaf hijzelf zich naar Dillenburg, en schrikte hij de binnenplaats en de galerij op door de omvang en de praal van zijn gevolg, ridders die van hun paarden stegen, bedienden die her en der liepen, soldaten die met hun wapens kletterden. En zijn moeder begreep het: deze die bezoek bracht in Dillenburg was een andere. Zelfs zijn taal was anders. In zijn jeugd had hij hun wat harde maar vertrouwde Duits gesproken, en nu praatte hij Frans, de officiële taal aan het keizerlijke hof welke ook gesproken werd door de Vlaamse edelen. En telkens opnieuw stelde zijn moedertje vast hoe elegant en wel­opgevoed hij was, maar hoe verontrustend onoprecht tevens. Zijn keurige manieren, zijn taal, zijn voorkomendheden, het was alles gekunsteld. En ze zag hem ook op zondag de Roomse mis bijwonen, vergezeld van zijn huisgeestelijken, en dat werd dan weer een uur waarin ze haar tranen moest bedwingen. Niet alleen omdat deze godsdienst niet de hare was, maar omdat ze aanvoelde dat het ook niet de zijne was. En het drong pijnlijk tot haar door hoe hij, ondanks deze voorgewende vroomheid, niet eens meer een godsdienst bezat." (180/1)" (over veldtocht 1568) De Zwijger had met een té klein leger op de inval van de graven Van den Berg en Culemborg gewacht, om dan langs Nijmegen verder op te rukken. Maar hij moest na hun nederlaag onverrichterzake aftrekken, en begaf zich weer naar Dillenburg. De Villers was misschien wel een goed schatbewaarder geweest, maar in elk geval geen oorlogsheld. Gevangen genomen zakte hij reeds bij het eerste verhoor door de knieën en maakte het gehele plan van de veldtocht bekend. En ook biechtte hij op waar het geld vandaan kwam, waarmee hun zopas opgericht leger was betaald. Het kwam niet van de Lutherse vorsten. Ziedend van woede moest Alva horen hoe het meeste geld vanuit de grote steden was verzonden, onder zijn neus weg. En Alva bleef in Brussel om het Zuiden in het oog te houden, terwijl hij nieuwe troepen voor Megen naar het Noorden stuurde om Lodewijk uit Friesland te verjagen. En hij drukte zijn dienstknecht Megen op het hart dat allen die konden gevangengenomen worden, onmiddellijk aan de bomen langs de weg moesten opgehangen, zeggend 'dat zij niet als oorlogvoerende krijgers mochten behandeld, maar als rebellen en verraders'. En hoe smerig deze opdracht ook was, Megen gehoorzaamde. Maar zij die in het Noorden woonden, opgewonden reeds door de overwinning van Lodewijk, kwamen van heinde en ver aanlopen om verzet te bieden. En vanuit zee brachten piratenschepen alles aan wat hij nodig had om de strijd voort te zetten, en vanuit hun vlootbasis in Delfzijl konden ze alle Spaanse transporten opvangen. Zo vormden zich de Watergeuzen, zoals zich in het Zuiden de Bosgeuzen hadden gevormd.Een landoorlog met gehuurde wapenknechten was het doel van de Zwijger en zijn broer Lodewijk. Wat kon men anders verwachten van Duitse vorsten die nog steeds op middeleeuwse wijze krijg wilden voeren, en geen gebruik wisten te maken van de elan die van het opstandige volk uitging? Zijzelf hadden die elan gedoofd, want zij stonden er huiverig tegenover. En toch, als de strijd tegen de Spaanse overheersers in het Noorden gewonnen werd, hadden Willems ge­huurde troepen daar weinig of geen baat bij gebracht. De strijd werd gewonnen door de Geuzen zélf, de Watergeuzen, en zelfs tegenover hen bleek de Zwijger zijn afschuw nooit te kunnen verbergen." (412/3)
Trefwoorden Literatuur, Toneel, Muziek, overige Kunsten Algemene en Politieke Geschiedenis