Oranje en de Opstand

Titel "Oranje en de Opstand", in: Skript. Historisch Tijdschrift, jrg 17, nr 1, voorjaar 1995, pp. 41-48. Noten.
Auteur Boer, Jeroen
Jaar van uitgave 1995
Citaat "Op 7 december van het afgelopen jaar vond in Het Prinsenhof te Delft de feestelijke presentatie plaats van een lang verwachte historische publikatie: K.W. Swarts biografie van Willem van Oranje. De in juli 1992 overleden historicus liet een min of meer voltooid manuscript over Oranjes leven in de periode 1572-1584 na, dat door enkele vakgenoten persklaar is gemaakt. Uit handen van de broer van de auteur, mr. P.J. Swart, ontving Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Constantijn der Nederlanden het eerste exemplaar van de biografie.K.W. Swart was geen voorstander van de monarchie - hij vond het zelfs overbodige luxe -, maar Willem van Oranje bewonderde hij hogelijk, zo meldde P.J. Swart prins Con­stantijn in zijn toespraak. De aanwezigheid van een Oranje kon de broer van de auteur overigens wel waarderen, niet alleen omdat het "een zeker cachet" gaf aan de bijeenkomst, maar ook omdat de presentatie hierdoor een "historische dimensie" kreeg. Voor het eerst in 61 jaar was er weer een wetenschappelijke Oranje-biografie van een Nederlandse historicus verschenen. Ter gelegenheid van het herden­kingsjaar 1933 had A.A. van Schelven, hoogleraar aan de Vrije Universiteit, een biografie aan de prins van Oranje gewijd. Zijn enige Nederlandse voorganger in deze eeuw was de liberale historicus Blok. Met Swarts biografie is de wetenschappelijke stilte rondom Oranje doorbroken, maar van een herrijzenis van de mythische Vader des Vaderlands is geen sprake." (41)"Met het beeld van een Oranje die zich ontwikkelt, voegt Swart iets toe aan de moderne discussie over de Opstand. In 1939 hield Romein zijn beroemde oratie, getiteld Het vergruisde beeld, waarin hij betoogde, dat de verweten­schappelijking van de geschiedschrijving in de negentiende eeuw de discussie over het karakter van de Opstand slechts had doen toenemen. In 1972 besprak J.J. Woltjer Ro­meins rede in het artikel Het beeld vergruisd? Woltjer meende helderheid over de beginjaren van de Opstand te kunnen verschaffen door voor de periode 1565-1580 de uitschakeling van de politieke middengroepen als leidraad te nemen. Hierbij ging het om de houding van de overheid tegenover heterodoxen. Aan de ene kant stond Filips, die een radicale kettervervolging voorstond, aan de andere kant een militante protestantse beweging. Daar tussenin bevond zich de groep die noch harde vervolging, noch protestantse geloofsijver toejuichde. Oranje wordt in dit spectrum gezien als de belangrijkste exponent van de middengroepen, waartoe naast een aantal hoge edelen ook vele lokale magistraten en burgers behoorden die niets voelden voor een keuze tussen beide uitersten. De pacifi­catie van Gent (1576) is in Woltjers visie de grote triomf van de middengroepen; de Unie van Utrecht en Atrecht (1579) schakelden het politieke midden de facto uit.In Swarts relaas is deze lijn, ondanks het ontbreken van de term middengroepen, in de beschrijving van de gebeur­tenissen terug te vinden. Steeds benadrukt Swart Oranjes afkeer van zowel protestantse als katholieke excessen." (46/7)
Opmerking(en) Recensie.
Trefwoorden Algemene en Politieke Geschiedenis K.W. Swart