Beschryvinghe van het ghene dat vertoocht wierdt ter incomste van d'Excellentie des Princen van Oraengien binnen der stede van Gendt

Titel Beschryvinghe van het ghene dat vertoocht wierdt ter incomste van d'Excellentie des Princen van Oraengien binnen der stede van Gendt, den XXIX Decembris 1577. Gent: Drukkery van C. Annoot-Braeckman, 1852. 37 blz. Noten. 
Auteur Blommaert, P. (ed)
Jaar van uitgave 1852
Citaat "De inkomst des prinsen van Oranje te Gent, den 29 December 1577, werd door de onlusten veroorzaekt, die op het sluiten der Gentsche Bevrediging, alhier ontstonden.Sinds tien jaren duerde de kryg voort tusschen Spanje en België, tusschen Philips II en de Staten dezer landen. Philips wilde de Vlamingen als de Spanjaerden willekeurig besturen, niet slechts in politische, maer ook in godsdienstige zaken. De Belgen, immer het vrye onderzoek eerbiedigende, waren over de hiertegen strydende en onwettiglyk ingevoerde plakkaten ontevreden, en begeerden niets meer dan het behouden der sinds eeuwen bestaende staetsinrigtingen.Het heffen van ontoegestane zettingen, het verblyf der spaensche krygsbenden te lande, de oprechting der nieuwe bisdommen en andere nieuwigheden veroorzaekten eene algemeene gisting" (7/8)"Dit waren, zoo men ziet, zeer gematige besluiten (Pacificatie van Gent), en bestemd om een goed uitwerksel te hebben. Reeds vroeger had de provintie Vlaenderen van den Raed van State de ver­zekering bekomen dat geene belastingen meer zouden gehe­ven worden, zonder toestemming der standen, en de stad Gent in het byzonder dat zy in al hare voorrechten en oude gewoonten zou hersteld worden, als vóor de afschaffing derzelve ten jare 1540.Des niet te min rees hier eene overdrevene party op, die met Jan van Hembyze aan het hoofd, ontevreden was over de vryheid van godsdienst, maer de Hervorming uitsluitend wilde gedoogen, en de herstelling der stadsprivilegies en oude kiezingwyze der schepenen oogenblikkelyk wilde heringevoerd hebben, waerover oneenigheid ontstond met den gouverneur van Vlaenderen, den hertog van Aerschot. On­dertusschen waren de vier leden van Vlaenderen te Gent byeen gekomen, en daer Hembyze voor eigen gevaer begon te vreezen, nam hy tot het uiterste geweld zynen toevlucht. Met behulp van Fr. van den Kethulle, heer van Ryhove, werden by eenen gewapenden volksoploop, al de hooge beambten en invloedhebbende persoonen gevangen ge­nomen, de privilegien der stad Gent hersteld, en de her­vormde godsdienst uitsluitelyk gedoogd, hetgeen strydig was tegen de bepalingen van de kort te voren geslotene vrede of pacificatie.Het was te dezer gelegenheid dat de vier leden van Vlaen­deren den prins van Oranje verzochten naer Gent te komen om de geschondene pacificatie te handhaven en de rust te herstellen. De prins van Oranje, die tot Ruwaert van Braband benoemd was en te Antwerpen verbleef, willigde hun verzoek in, en toog over Dendermonde naer Gent, waer hy den 29 December 1577 met geestdrift werd ontvangen. Om vier uren namiddag kwam hy langs de Dampoort in de stad, met den grave Jan van Nassau, zynen broeder, zittende in eenen duitschen wagen, vergezelschapt met een vaendel ge­wapende burgers van Antwerpen. Hy werd, door de schepe­nen van beide banken, en een groot getal voorname in­wooners met negen vaendelen burgers en de busschieters, tot buiten de poort tegengegaen en geleid tusschen twee ryen burgers, die witte brandende fakkels droegen, tot aen het Hof van Wacken, te Poele, waer hy intrek nam.De straten langs waer de stoet henen toog waren ryk ver­sierd en verlicht door menigvuldige toortsen en pektonnen; ook waren zy door drie theaters, waerop zinnebeeldige vertoo­ningen gegeven werden, opgeluisterd." (11-13)"Figuere of spectacle voor den Prince van der Fonteyne, ghe­naemt de Drievuldicheyt, den Deken van Barbara, den Deken van Agnes, ghenaemt de Bommeloose Mande, den Deken van Maria ter eeren, representerende tsamen de vier Cameren van Rethorijcken, ghedaen ter blyder incompste van den Edelen Prince ende hoochgheboren Vorst den Prince van Oraengien, Grave van Nassauwen, binnen der voor­seyder stede, den 29 Decembris 1577.Eerst stondt op een stellijnghe, costelick ghecleedt ende verciert voor het stadhuus deser stede, een maecht ghenaemt Gendtsche Vrede, ghehabitueert int roo fluweel ende roode zyde, de welcke hadde op thooft een stadt van dick pam­pier, met torren, huysen ende dierghelijcke, in teecken dat den paeys tusschen den Coninck onsen soevereinen Heere, ende zyne Excellentie metten Staten van Hollandt, Zeelandt, binnen der voornoumde stede van Ghendt ghemaect is ghe­weest den viii Novembris 1576. Haer rabat-rolle was lu­dende aldus :Op stercheyt Ghendsche vrede smeett zeventhien landauwenWeerende discoort door den hamer vol trauwen." (20)
Opmerking(en) Zie Knuttel 0325.
Trefwoorden intocht Gent pacificatie Algemene en Politieke Geschiedenis