Nederlandt Verhoogt door Wonderen van Gods Voorsienigheit Onder het Bestuur der Princen van Oranjen en Nassauw. Vertoont by gelegentheit der Inhuldiging van syn Hoogheit Will.

Titel Nederlandt Verhoogt door Wonderen van Gods Voorsienigheit Onder het Bestuur der Princen van Oranjen en Nassauw. Vertoont by gelegentheit der Inhuldiging van syn Hoogheit Will., Kar., Henr., Friso, Prince van Oranjen en Nassauw, enz. tot Stadthouder, Kapitein Generael en Admirael. Van't Furstendom Gelre en Graefschap Zutphen . ... Gedrukt voor den Auteur en te bekomen by Albert de Kemp, Z. Bommel; Gysb. van Paddenburg, te Utregt en Jan Egens, 's Hertogenbosch, 1730.  
Auteur Blomhert, Joannes
Jaar van uitgave 1730
Citaat "Want wie weet niet, dat gelyck eertyds het Oude Israel, tot Davidt te Hebron opgekomen, en tot hem seyde, gy zyt enz. Dat soo de Oudsten van Ons Neerlants Israel, de Vaderen van ons Vaderlant, (...) De Staeten des Hertogdoms Gelre en Graefschaps Zutphen, thans samen vergadert syn, om (...) Willem, Carel, Hendrik, Friso, Prince van Oranjen en Nassauw, enz. tot de weerdigheit syner Voorvaderen en hooge nabestaende in te huldigen, en te seggen, Siet wy u gebeente, ende u vleesch syn wy. Ook te vooren, doe een Spaenschen Saul, Koning over ons was, waert gy ons, in uwe Voorvaderen, uytvoerende en inbrengende; ook heeft de Heere geseyt, enz. Op dien Grontslaghen, maken sy een Verbont met hem, en neemen hem ten voorganger aen.En wat opregt Nederlander kan 'er wesen, die, als hy op de tyden van voorheen eens te rugge siet, niet moet erkennen, dat hy vryheit, goet en bloet, en al wat hy besit, aen het beleydt en uytvoeringe der Princen en Graven van Oranjen en Nassauw, naest Godt, verschuldigt is, en wel­ker naemen en geheugenissen daerom ook, in eeuwige zegeningen, by elk moesten blyven.Want wie is dier geschiedenissen kundig, en weet niet wat in de daegen van voor heen geschiet zy, en Godt aen ons, en ons Lant gedaen heeft." (73/4)"1584. De Staeten van Hollandt en Zeelandt hielden nog aen, dat den Prins de Hoogheit van hun Graefschap soude aen­vaerden, die sig vergenoegde met het geen hy reeds had, die ook wel wist hoe de Nederlanders van aert waren, die geleydt en niet getrokken, overredet en niet overwel­digt willen worden. En waer toe hy sig nog mogelyk sou hebben laten bewegen, was hy door een overdroevige doot niet weggerukt. Want een Balthazar Gerards, een Bourgonjer schoot hem den 10 July, met drie kogels uyt een pistool, soodanig, dat hy niet sprak, dan alleen dese woorden;HEERE GODT! WEEST MYN ZIELE GE­NADIG. IK BEN SEER GEQUETST, HEERE GODT! WEEST MYN ZIELE EN DIT ARME VOLK GENADIG. Soo was de laetste sugt van desen Prins nog voor dat Volk dat hy soo teder had bemint, en voor welkers vryheit en verlossing hy alles gewaegt hadde. Noyt wert een Vader, of Weldoender meer beklaegt dan dese Prince, ... ." (177)
Opmerking(en) NB. "Het werk loopt tot en met de dood van Willem III. In de telkens aangevulde herdrukken is het strikt religieuze gedeelte (tot p. 74) weggelaten. Deze herdrukken verschenen onder de titel: De geschiedenissen van het Vereenigde Nederlandt, zedert haer eerste opkomst tot op deese onse dagen; hoe 't selve verlost, verhoogt en bewaert is door wonderen van Gods voorzienigheit onder 't bestuur der princen van Oranje en Nassauw, enz. Het kreeg een vervolg in dat van P. le Clercq (zie: 112, d) en in dat van A. Rotterdam (zie: 404, a)." Bron: http://www.dbnl.org/tekst/hait001repe01_01/hait001repe01_01_0089.htmVgl. ook Blomhert (1735): http://search.ugent.be/meercat/x/bkt01?q=900000063460
Trefwoorden Algemene en Politieke Geschiedenis Laatste woorden Moord