Prins Willem's Apologie

Titel "Prins Willem's Apologie", in: Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde. Verzameld en uitgegeven door Dr. P.J. Blok en Dr. N. Japikse, 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 5e reeks, IV, 1917, pp. 259-286. Noten.
Auteur Blok, P.J.
Jaar van uitgave 1917
Citaat "Het is herhaaldelijk aangetoond, dat Philips II niet het zedelijk monster, de tirannieke beul is geweest als hoedanig hij in de Apologie geschilderd wordt en in de met schrille kleuren getooide overlevering tot op onzen tijd voortleefde, de koel overleggende moordenaar van zijn zoon don Carlos, de liederlijke echtbreker, de „roi incestueus", de huichel­achtige misdadiger met de kroon op het hoofd ; integendeel, de geloofwaardigste berichten uit zijn omgeving, thans be­kend, teekenen hem als een liefdevol en zachtmoedig huis­vader. Maar diezelfde berichten, die hem laten zien als een man van zachte gemoedsstemmingen, van ontwikkelden kunstzin, van huiselijken aard, van innige devotie, toonen hem ons tevens als een godsdienstig dweper, die niets on­geoorloofd achtte tot bevestiging, tot redding zijner Kerk, als een bekrompen geest, die grootsche, wereldomspannende plannen trachtte te bereiken langs smalle wegen, met kleine listen, met minderwaardige, onwaardige middelen, die de in de 16de eeuw op staatkundig gebied heerschende macchiavel­listische regeeringsbeginselen toepaste op kleinzielige, weifelende manier, nu eens gehoor gevend aan den duivelschen raad van consequente macchiavellisten als de cynische Gran­velle of aan dien van onverbiddelijke krijgslieden als Alva, dan weder aan dien van toegeeflijke staatslieden als Ruy Gomez; vooral echter was hij sterk onder den invloed van onbarmhartige ketterjagers, de inquisiteurs in zijn om­geving, die hem de wreedste ketterverdelging als een Gode welgevallig werk aanprezen. Dat hij de monarchale begin­selen zijner voorgangers in de Nederlanden naar Spaansch model nog krachtiger wilde toepassen en geen begrip had van burgerlijke vrijheden en privileges van zelfregeering, zooals die hier in de Nederlanden bestonden, kan hem moeielijk ten kwade worden geduid : het is een gevolg zijner uitsluitend Spaansche opvoeding, zijner streng Spaansch-­monarchale opvattingen, in hem ontwikkeld in de dagen zijner jeugd zonder te letten op de belangen en stemmingen in zijne Nederlandsche gewesten, het erfdeel zijner Bour­gondische voorzaten.Dat alles wordt in de Apologie natuurlijk niet in aanmer­king genomen. De Prins en de zijnen zagen in Philips niets anders dan den bloeddorstigen tiran, den onverbiddelijken geweldenaar, den valsche oogendienaar zijner Kerk, den onmeedoogenden ketterjager, den meineedige, die de bezwo­ren en van zijn voorgangers duurgekochte privilegiën dage­lijks verscheurde, vertrapte en de Nederlanders wilde behandelen als de Indianen van Amerika, als de slaven der aanmatigende Spanjaarden, der „vermine espaignolle", hem, den „roi trompeur et hypocrite", zooals de Apologie smaalt." (260/1)
Opmerking(en) Bevat brief (pp. 283-6) van Prins aan Staten Generaal van 5 sept. 1580: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/WVO/brief/9189
Trefwoorden Apologie Algemene en Politieke Geschiedenis