Aanteekeningen over 'De Zwijger' en over het Wilhelmus

Titel "Aanteekeningen over 'De Zwijger' en over het Wilhelmus", in: Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde. Verzameld en uitgegeven, vroeger door Mr. Is. An. Nijhoff, P. Nijhoff, Dr. R. Fruin en Dr. P.L. Muller thans door Dr. P.J. Blok, 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 4e reeks, 8, 1910, pp. 440-447. Noten.
Auteur Blok, P.J.
Jaar van uitgave 1910
Citaat "Een en ander geeft mij aanleiding er met Fruin nog eens op te wijzen, dat de naam als bijnaam in den tijd van den Prins zelven uitsluitend en, voorzoover wij weten, niet eens als vaste aanwijzing, gebezigd is door een van 's Prinsen bit­terste vijanden : Granvelle, Titelman of Alva, maar, voorzoover wij thans weten, door niemand anders in zijn tijd: dat het dus toen geen staande bijnaam voor den Prins geweest is maar dat die eerst voorgoed is opgetreden tegen de tweede helft der 19de eeuw; in de tweede plaats, dat de naam „de Zwijger" ook niet uitdrukt wat Hooft, die van zijn vader en anderen veel van den Prins gehoord heeft, en Van Reydt, die als secretaris van Willem Lodewijk in hetzelfde geval is geweest, ja den Prins persoonlijk gekend kan hebben, willen zeggen; dat integendeel, naar Fruin heeft aan­getoond en door tal van getuigenissen gesteund wordt, de Prins niet in het minst een „zwijger", veeleer een gemakkelijk en verstandig spreker is geweest, een van wiens groote eigenschappen juist zijn overtuigende redeneerkracht is geweest, op wien dus de bewuste naam, door zijn vijanden gegeven, in het geheel niet past.Het gezegde dient dus hiertoe te leiden, dat men dien hatelijken en onjuisten bijnaam zooveel mogelijk doe verdwij­nen en daarvoor, nu het nog tijd is, in de plaats stelle dien van innige liefde getuigenden eernaam, die hem omstreeks 1576/7 werd gegeven door het volk zelf en die door tal van getuigenissen wordt bevestigd als een in den tijd zelf gebruikelijken bijnaam: Willem-vader, Vader-Willem, Vader des Vaderlands." (442/3)"(Wilhelmus:) Hoe komt het dan, dat hij (Saravia) nooit genoemd is, nooit in zijn lang leven — hij is eerst na een veelbewogen loopbaan in 1612 op 82-jarigen leeftijd gestorven— zichzelven genoemd heeft als auteur van het beroemde lied? Maar is dit laatste ook met Marnix en Coornhert niet het geval, al zijn zij na hunnen dood wèl als de makers aangewezen? Er is in allen gevalle aan hem te denken." (446)"Als theoloog en kerkelijk leider heeft hij veel van zich doen spreken; als dichter is hij verder niet bekend, maar het Wilhelmus staat als dichtwerk niet zoo hoog, dat hij het niet had kunnen schrijven." (447)
Trefwoorden Bijnaam Zwijger Wilhelmus Algemene en Politieke Geschiedenis Literatuur, Toneel, Muziek, overige Kunsten