De Jeugd van Prins Willem I

Titel "De Jeugd van Prins Willem I", in Je maintiendrai. Een boek over Nassau en Oranje. Geschiedkundige bijdragen. Opgedragen aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina der Nederlanden, bijeengebracht onder leiding van F.J.L. Krämer, E.W. Moes en P. Wagner, 2 delen, Leiden: A.W. Sijthoff, 1905-1906, I, pp. 126-136. ill. Noten.  
Auteur Blok, P.J.
Jaar van uitgave 1905
Citaat "De jonge prins, bij wien zich sedert het voorjaar van 1545 de beide graven van Isenburg en Westerburg, zijne tijdgenooten, bevonden, kwam geregeld aan het hof der landvoogdes en bewoog zich, wanneer de keizer in het land was, ook in diens gevolg. Wij hooren weinig anders van hem dan dat hij het goed maakt en veel belooft, schrijft Corbaron, die hoopt en verwacht "qu'il sera homme de bien, car il est tout voluntaire à faire ce que on luy dit", een volgzaam en gewillig jongmensch dus. Een zijner raden, de drost van Breda, Jan van Renesse, getuigt, dat de prins en zijne beide neven goed opgroeien en zich goed gedragen „byzunder mijn heere de prince, zulcx dat hy zeer bemindt wordt van de coninghinne ende van allen goeden heeren van desen hove" — een getuigenis, dat ons niet verbaast ten opzichte van den later altijd minzamen prins.Het hof van den jongen prins was uiterst eenvoudig samengesteld in dezen tijd. Behalve zijn gouverneur en de beide genoemde jonge graven had hij een stalmeester voor de negen paarden en een edelman bij zich, benevens vijf bedienden en den boven vermelden schoolmeester. Een en ander was bij een nieuw bezoek van graaf Willem in Maart 1545 in verband met Corbaron's optreden als gouverneur geregeld. De onkosten van het geheele hofgezin, ten bedrage van ruim 3500 caroliguldens 's jaars, zouden uit de inkomsten van Breda gevonden worden; terwijl uit het overschot blijkbaar schulden gedelgd moesten worden. Bij de regeling van een en ander had niet alleen de oude Granvelle, maar ook zijn zoon, Antoine, de later zoo bekende bisschop van Atrecht, die reeds de plaats zijns vaders begon in te nemen, met belangstelling medegewerkt. Er moest zuinig worden omgegaan met de inkomsten der zeer bezwaarde goederen. lntusschen, Corbaron, die ook al een man op jaren was, bleek spoedig niet in staat, om den last en de verantwoordelijkheid van het gouverneurschap en het omvangrijke beheer te dragen evenmin als zijne medevoogden Wolf van Schaumburg, weldra aartsbisschop van Keulen, die zich met de zaken van zijn pupil weinig inliet, en Merode, die zich van den beginne af op zijn ouderdom had beroepen om zich van zijn plicht eenigszins te doen ontslaan. Met zorg zag de vader dezen loop der zaken aan, te meer omdat zijne eigen belangen en die van zijn Huis door den Schmalkaldischen oorlog in Duitschland zeer ernstig bedreigd werden en hij zijne bemiddelende houding tusschen de strijdende partijen bij de nadering der keizerlijke legerbenden onder den graaf van Buren in de nabijheid van zijn gebied moeilijk kon volhouden. Hij wierp zich geheel in de armen des keizers, in de hoop weder van diens bescherming en steun in de zaak van Katzenelnbogen. De oorlog joeg ook hem op groote kosten en hij trachtte daarvoor hulp te vinden in de financiën van zijn zoon. Maar deze bleken nog altijd in allesbehalve schitterenden staat te verkeeren en koningin Maria zoowel als Corbaron en 's prinsen raden wezen tegenover den aandrang van graaf Willem steeds op de wenschelijkheid om gedurende de minderjarigheid de schulden van prins René's erfenis zooveel mogelijk af te lossen, waartoe groote zuinigheid aan te bevelen was. Slechts met groote moeite kreeg hij nu en dan eene bijdrage uit 's prinsen inkomsten tot zijne beschikking en niet dan nadat hij zich geheel en onvoorwaardelijk bij de keizerlijke partij had aange­sloten. Daarbij kwam nog, dat ook de prinses-weduwe weder aanspraken begon te doen gelden en wijziging van de gesloten transactie verlangde. 's Prinsen financieele omstandig­heden waren in deze jaren zoo weinig bevredigend, dat zoowel koningin Maria als zijne raden voortdurend tot groote zuinigheid en omzichtigheid maanden, al stond zij nu en dan den vader eene bijdrage in zijne onkosten toe. Het voor den keizer gelukkige einde van den Schmalkaldischen krijg in 1547 en de gevangenneming van den landgraaf opende de kans op eene gunstige beslissing van het proces over Katzenelnbogen, die intusschen nog jaren bleef slepen.Van den jongen prins zelven vernemen wij in dezen tijd zeer weinig.Hij groeide goed op, kwam aan het hof en vergezelde soms den keizer op diens reizen, o. a. naar den rijksdag te Augsburg in 1543. Men begon reeds aan een huwelijk voor den 15-jarigen jongman te denken. De laatste wensch van den op het einde van 1548 gestorven Maximiliaan van Buren, 's Keizers beroemden veldoverste en vriend van 's prinsen oom, graaf Hendrik, was geweest, dat zijne eenige dochter Anna, de rijke erfgename zijner aanzienlijke goederen, met den jongen prins zou huwen." (133/4)
Trefwoorden Jeugd opvoeding Algemene en Politieke Geschiedenis