De moord van 1584

Titel "De moord van 1584", in: De Nederlandsche Spectator, 24 mei 1884, 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff, pp. 163-165. ill. Noten.
Auteur Blok, P.J.
Jaar van uitgave 1884
Citaat "Behoef ik eigenlijk nog wel de geboorte te berichten van een geesteskind, dat aan eene zoo ervaren hand als die van den heer Fruin de wereld werd binnengeleid? (Fruin kondigde in De Gids (1884) de verschijning aan van J.G. Frederiks, De moord op Willem van Oranje. Oorspronkelijke verhalen en gelijktijdige berichten, GWD)) Heeft de lezer niet reeds alles, wat hij billijkerwijze ver­langen kan, wanneer hij het Gidsartikel naast zijn exem­plaar van den "Moord" legt? Ik zou misschien nog op enkele drukfouten kunnen wijzen; ik zou met den heer Frederiks een redetwist kunnen aangaan over eene min­der juiste schrijfwijze; ik zou misschien kunnen vragen, waarom niet eene kleine toelichting of opmerking omtrent de gebruikte uitgaven en stukken bij ieder gedeelte was ge­voegd. Maar ik zou mijzelven, als ik dat deed, misschien soms verwijten spijkers op laag water te zoeken.Daarom wil ik over het boekje zelf met zijn net echt­ Hollandsch uiterlijk, zijn verdienstelijk etsje door Arendsen naar de hoog gewaardeerde teekening van Bosboom en zijn zorgvuldig gekozen inhoud alleen dit zeggen, dat èn de heer Frederiks èn de heer Nijhoff den dank ver­diend hebben van tijdgenoot en nakomeling: van den eerste, omdat hij hier alles bijeen heeft, wat van belang is voor de kennis van den moord; van den nakomeling, omdat deze bovendien nog meer moeielijkheden zal on­dervinden dan wij, wanneer hij de oorspronkelijke stuk­ken wil gebruiken. Deze uitgave is een monument van den moord op Oranje, dat in duurzaamheid, naar wij hopen, het metaal zal blijken te evenaren.Eene enkele opmerking, die mij bij het lezen en her­lezen van al deze verhalen en berichten voor den geest kwam, vinde hier eene plaats." (164)"Katholieken en protestanten van Nederland! Herdenken wij over eene maand eendrachtig als Nederlanders, met een weemoedigen blik op het verledene, niet den moord uit godsdiensthaat maar den moord gepleegd op den verdediger der Nederlandsche vrijheid, op den grondlegger van den Nederlandschen Staat! En zien wij met een verruimd gemoed thans terug op de gevolgen van godsdiensthaat, zooals zij zich in het laatst der 16de eeuw deden gevoelen tot schande voor de menschheid, die in barbaarschheid dreigde terug te zinken, totdat het betere gevoel zich liet gelden, dat ge­durende die tijden van godsdienstoorlog alleen in de borst van mannen als Willem van Oranje eene plaats vond! Beiden hebt gij aan uwe voorvaderen van de 16de eeuw daden te verwijten, die voor den rechterstoel van het geweten veroordeeld moeten worden; uwe voorzaten hebben zich in die dagen schuldig gemaakt aan fanatieken geloofshaat, aan vervolging, aan misdaden. Toonen wij, dat die dagen tot het verre verleden behooren, die "nood­lottige dagen, waarin de overwinning van de menschelijke rede niet meer of nog niet tot de mogelijkheden be­hoorde." Dan zullen wij handelen in den geest van den vermoorde, wien het niet te doen was om de zegepraal van één godsdienst boven een anderen maar om de vrij­heid voor allen, op staatkundig zoowel als op godsdien­stig gebied!" (165)
Opmerking(en) Zie ook kritiek op Frederiks in: J.H. Scheffer, "De moord van 1584", in: Algemeen Nederlandsch Familieblad (1884).
Trefwoorden Moord Algemene en Politieke Geschiedenis