De dramatische moord op de Vader des Vaderlands. De verhouding tussen vier typen toneel in de vroegmoderne Nederlanden

Titel "De dramatische moord op de Vader des Vaderlands. De verhouding tussen vier typen toneel in de vroegmoderne Nederlanden", in Jan Bloemendal, A. Agnes Sneller en Mirjam de Baar (red.), Bronnen van inspiratie. Recepties van de klassieken in de vroegmoderne Nederlanden in muziek, literatuur en beeldende kunst, Hilversum: Verloren, 2007, pp. 99-117. ill. Noten, literatuur.  
Auteur Bloemendal, Jan
Jaar van uitgave 2007
Citaat "De meeste Oranjestukken werden geschreven rond 1600. Dat is verklaarbaar omdat toen de aanslag nog actualiteitswaarde had, mede omdat de strijd die Willem van Oran­je ingeleid en geleid had, werd voortgezet door zijn zoon Maurits (1567-1625). Geen van deze stukken is echter tot een nationaal drama geworden. Er is betoogd dat dit mede te maken had met het beperkte publiek waarvoor de spelen geschreven waren en met de 'literair-sociologische codering' van Oranje in elk drama. In die optiek zou het publiek dat de auteur idealiter wil bereiken, ook in het artistieke proces interveniëren, omdat de voorstellingen die de groep heeft van de realiteit en haar visie erop het schep­pingsproces mede bepalen. Of dit zo sterk gesteld kan worden, is de vraag; het is in elk geval wel zo dat in historiestukken een dichter rekening moet houden met de kennis van zijn publiek en geen voorstelling van zaken kan geven die al te zeer afwijkt van het beeld dat de toeschouwers of lezers hebben. Daarbij speelt in de vier Oranjestukken die hier besproken worden een belangrijke rol dat de literaire verwerking van de figuur van Willem van Oranje wordt gekleurd door de mate van klassieke inspiratie van waaruit elke auteur zijn stuk schreef.Nu bevinden zich onder de Oranjestukken een Latijns schooldrama, een Latijnse universitaire tragedie, een rederijkersstuk en een renaissancedrama. Beantwoording van de vraag naar de intensiteit van de recepties van de klassieken in deze vier stukken kan licht werpen op de verderstrekkende vraag of deze mate van receptie bepaald is door het type tekst. Aangezien de te behandelen stukken op elkaar reageren, vormen deze een goede casus om de relaties tussen Latijnstalig en Nederlandstalig toneel na te gaan en te analyseren hoe in deze toneelvormen de klassieken werden gerecipieerd." (99-100) [113/4]"Receptie houdt eveneens selectie in. Alle vier de auteurs selecteerden uit de moge­lijkheden die de stof, de traditie en het genre boden. Ens koos types met sprekende na­men als Eubulus, 'Goede Raad', die in een schoolstuk niet misstonden. Heinsius koos klassiek-mythologische figuren als de Wraakgodinnen en gaf hun een zuster, de Spaan­se Inquisitie die de handeling in gang zet. Duym keerde in zijn bewerking terug naar rederijkersvormen, terwijl Van Hogendorp rederijkersvormen en -personages zette naast renaissancistische.Receptie is interpretatie. De vier auteurs interpreteren de heersersfiguur zoals ze die op de persoon van Oranje toepasten, op hun eigen manier, van stoïsche tot christelijke held, maar in al deze gevallen een held. Alle vier hebben er op hun manier toe bijge­dragen dat de figuur van Willem van Nassau, de prins van het verder vrij onbeteke­nende prinsdom Oranje, die tijdens zijn leven ook onder zijn medestanders niet on­omstreden was, na zijn dood een mythische grootheid kon krijgen en bekend zou worden als de Vader des Vaderlands. En met die term zijn we weer terug bij receptie van de klassieken: een Romeins concept werd aangepast aan de eigen tijd." (114) [130]
Opmerking(en) Ook speciaal nummer van: De zeventiende eeuw (Hilversum): 23 (2007) 1, p. 99-117.Behandelde auteurs: Caspar Ens, Daniel Heinsius, Jacob Duym en Gijsbert van Hogendorp.
Trefwoorden Literatuur, Toneel, Muziek, overige Kunsten
Web links http://dare.uva.nl/document/146833