Daniel Heinsius. Auriacus

Titel Daniel Heinsius. Auriacus, sive Libertas saucia (1602). Editie met vertaling, inleiding en commentaar. An edition with translation, introduction and commentary (and with a summary in English) Deel 1 / Inleiding en tekst. Deel 2 / Commentaar, Voorthuizen: Florivallis, 1997. 369 en 363 blz. Noten, bibliografie, naamregister.   
Auteur Bloemendal, Jan
Jaar van uitgave 1997
Citaat "Deze editie is een kritische tekstuitgave gecombineerd met een vertaling, uitvoe­rige commentaar en inleiding. De bron, dat wil zeggen de uitgave uit 1602 —het bleef bij deze ene druk— wordt zoveel mogelijk intact gelaten. Alle wijzi­gingen ten opzichte van deze bron worden in een kritisch apparaat vermeld. In één exemplaar, dat zich thans in de bibliotheek van Universiteit Leiden bevindt, heeft de auteur eigenhandig veranderingen aangebracht ten behoeve van een even­tuele tweede druk. Deze aantekeningen vonden hun plaats in hetzelfde apparaat.In deze uitgave wordt, in lijn met het huidige onderzoek binnen de historische let­terkunde van het Nederlands, uitgegaan van een historische benaderingswijze.De inleiding is concentrisch opgebouwd. In de eerste drie hoofdstukken wordt de context gegeven waarin Auriacus verscheen. Deze sectie begint met een schets van Heinsius' leven en werk, waarbij de nadruk ligt op gegevens die mogelijk van belang zijn voor de interpretatie van Auriacus. Dat heeft als gevolg dat zijn levensloop en werkzaamheden tot 1602 uitvoeriger worden belicht dan die in de jaren erna. In het tweede hoofdstuk wordt de Nederlandse opstand beknopt be­schreven. Er is daarbij niet naar volledigheid gestreefd, maar wel zijn de verwijzingen naar historische gebeurtenissen die Heinsius in zijn drama opnam, erin verwerkt. Enigszins uitvoeriger wordt de laatste dag van Oranje behandeld. Op deze manier kunnen de toelichtingen daaromtrent in de commentaar, in een alge­meen kader worden geplaatst. Hoofdstuk 3 handelt over de literaire context waar­in Auriacus is gebed. Deze context wordt gevormd door met name de tragedies die op naam staan van de Romeinse auteur Seneca en door de contemporaine the­orie van J.C. Scaliger, maar niet minder door literaire werken die zich concen­treren op Oranje: een epos en twee tragedies, alle in het Latijn geschreven en verschenen tussen 1584 en 1602. Dit hoofdstuk eindigt met de doelen die de au­teur zich met het drama vermoedelijk heeft gesteld.De tweede serie van drie hoofdstukken concentreert zich op het werk zelf. Eerst wordt de structuur geanalyseerd in het kader van Seneca's toneel, de reto­rische traditie en Scaligers theorieën aangaande de opbouw van de tragedie. Be­langrijker dan de structuur was voor een vroegzeventiende-eeuwse drama-auteur het geven van morele lessen, en wel door de reactie van de personages op lots­wisselingen te tonen. Deze lessen, vooral de uitbeelding van de personages en hun houding ten opzichte van de slagen van de fortuin, staan centraal in het vijf­de hoofdstuk. Dit is daarmee het zwaartepunt van de inleiding geworden. In het zesde hoofdstuk wordt ingegaan op de stijl, met inbegrip van de rol van de —sti­listische— imitatie, het metrum en de humanistische interpunctie-gewoontes in het bijzonder in Auriacus." (13/4)
Opmerking(en) Proefschrift Utrecht.
Trefwoorden Literair drama toneel Literatuur, Toneel, Muziek, overige Kunsten