Willem de Eerste. In tien boeken. Door den Heere Bitaubé. Lid van de Koninklyke Academie der Wetenschappen en Fraaije Letteren. Te Berlyn. Uit het Fransch vertaald door L.P.H.J.R. (= Adriaan Kluit). Te Amsterdam by M. Magérus

Titel Willem de Eerste. In tien boeken. Door den Heere Bitaubé. Lid van de Koninklyke Academie der Wetenschappen en Fraaije Letteren. Te Berlyn. Uit het Fransch vertaald door L.P.H.J.R. (= Adriaan Kluit). Te Amsterdam by M. Magérus, boekverkooper, 1773. LXIV, 414 blz.
Auteur Bitaubé, Paul Jérémie
Jaar van uitgave 1773
Citaat "Ik heb het wezenlyke der geschiedenis zo veel als my mogelyk was gevolgd, zonder aan de levendigheid des verhaals te kort te doen: maar ik heb my vryheid vergund tot de overdragt van eenige daaden, 't zy ten opzichte van de tyd, 't zy in de plaatsing des toneels. Men kan, zonder zulks, de éénheid der daad niet waarneemen. By voorbeeld: ik vertraag den dood van Egmond en Hoorne, opdat die meerder belang verwekke : de opschorting verdubbelt het : indien men den netten tyd gevolgd hadde, zou men verpligt geweest zyn dit schouwspel by verhaal te verhandelen, en het zou minder treffend geweest zyn." (XIV)."Nederland zwoegde onder het ysselykste juk. Philips had de grenspaalen der wetten verbroken: de scepter, het geheiligd teeken der Gerechtigheid, was het werktuig van den moord. Alva, nog wreeder, het zwaard der dwinglandy doende schitteren, verscheen op nieuw met een zegepraalend leger. Dit ongelukkig Volk bevind zich zonder Verdedigers. Brederode leeft niet meer. Egmond en Hoorne zyn in ketenen. Nassau, zyn voornaamste toeverlaat, wien het niet bygestaan heeft, is verwonnen. Men ontdekt zyne voetstappen niet: Alva verspreid het gerucht van zyn' dood: dat gerucht doorloopt, als een verwoestende en snelle geessel, in een oogenblik alle die Gewesten: ieder waant dit doorluchtig offer aan het staal van Alva overgeleverd te hebben. Willems graf is in hunne oogen het graf der Vryheid; en de Rhyn, de Maas en de Schelde herhaalen in hunnen langen loop de verzuchtingen der velden en steden.Alva, die zich het straffen verstaat, laat dit nieuws uitdonderen in de gevangenissen van Egmond en Hoorne : die onverschrokken mannen staan als verstyfd: in dat uur-alléén worden zy met ketenen belaaden.De Vorsten van Europa toonen Nassau hun leedwezen. Duitschland weent. Philips, in onzekerheid, schort zyne vreugd op. Maar Coligny, die by de Loire de Guisen bevecht, is gedompeld in wanhoop: zyn gantsche heirmagt neemt 'er deel in. Henrik, t'eenigen tyde het voorbeeld der Koningen zegt tegen Coligny : „ Uwe smart is te wel gegrond: een groot man ìs uit Europe verdwenen: de overéénkomst uwer gevoelens en van uwe rampen knoopte den band uwer vriendschap naauwer toe : ik had het geluk niet hem te kennen: uw mond en de Faam hebben my zyne deugden gemeld: gy ziet myne traanen: de menschlykheid verliest een' verdediger: Nederland is in slaverny.…. Laat ons zyn' dood wreeken. Gy hoort het beledigend gejuich der Spanjaarden; zy vervolgen, begeleid door de Guisen, Willems Vrienden. Laat ons hunnen hoogmoed fnuiken: dit tydstip is ons gunstig: wy zullen overwinnen." (3-5)
Opmerking(en) Vertaling van Guillaume: en dix chants.Een heldendicht in proza ("prose-poétique"). In zijn inleiding verdedigt de auteur deze vorm uitvoerig.
Trefwoorden Algemene en Politieke Geschiedenis Literair Dichterlijk proza Literatuur, Toneel, Muziek, overige Kunsten