Oranje. Kleur van eenheid en verdeeldheid

Titel "Oranje. Kleur van eenheid en verdeeldheid", in Jo Tollebeek & Henk te Velde (red.), Het geheugen van de Lage Landen, Hilversum: Verloren, 2009, pp. 181-187. ill. Literatuur.  
Auteur Beyen, Marnix
Jaar van uitgave 2009
Citaat "In deze omstandigheden veranderde ook de historische beeldvorming van Willem van Oranje aanzienlijk. Was de driehonderdste verjaardag van zijn dood, in 1884, nog getekend door levensbeschouwelijke verdeeldheid, dan schaarden de verschillende Nederlandse volksdelen zich bij de vierhonderdste verjaardag van zijn geboorte, in 1933, eendrachtig achter de "Vader des Vaderlands". Dat gegeven is des te opmerkelijker omdat de wetenschappelijke geschiedschrijving over de Nederlandse Opstand gedurende dezelfde periode onderhevig was aan wat de Nederlandse historicus Jan Romein "vergruizing" zou noemen. De mythe Oranje trok zich weinig aan van de historische onzekerheden over zijn figuur. Door vooral zijn erasmiaanse geestesgesteldheid in de verf te stellen, konden zelfs de Nederlandse katholieken Willem van Oranje in hun pantheon inlijven.De figuur van Willem van Oranje bevorderde de Nederlandse eenheid, maar de kleur oranje bleef voor verdeeldheid zorgen. Steeds meer Nederlanders vonden dat het oranje opnieuw een plaats verdiende in de Nederlandse vlag, maar omdat de zelfverklaarde facisten van de NSB er het hardst om schreeuwden, kwam dat er niet van. In februari 1937 werd het rood-wit-blauw officieel uitgeroepen tot de vlag van Nederland. Dat was des te pijnlijker voor de voorstanders omdat de Zuid-Afrikaanse Unie in 1928 wél voor het oranje-blanje-bleu had geopteerd. Maar de wraak van oranje was zoet. Gebannen uit de officiele vlag drong de kleur zich gaandeweg alléén op. De Oranjecultus die de Nederlands-nationalistische opstoot tijdens de Tweede Wereldoorlog onderbouwde, was hier niet vreemd aan. Dat ook in collaboratiegezinde kringen intens met Oranje was gedweept, werd na de Tweede Wereldoorlog wél door de vingers gezien. Van het fascisme ging toen immers geen dreiging meer uit." (183)"NEDERLAND KLEURT ORANJE, BELGIË KLEURT NIETToen de rechts-populistische politicus Geert Wilders in juli 2008 met een manifest in de Vlaamse kranten probeerde steun te werven voor zijn Groot-Nederlands project, verwees hij uitvoerig naar Willem van Oranjes Groot-Nederlandse droom. Daarmee overschatte hij ongetwijfeld de weerklank die Oranje vandaag in Vlaanderen heeft. Terwijl de figuur, maar vooral de kleur in Nederland gedurende de voorbije eeuw tot algemeen herkenbare symbolen van eenheid zijn uitgegroeid, hebben zij in de Belgische geschiedenis altijd als vehikel gediend voor concrete, particuliere politieke doeleinden. Oranje werd door de liberalen ingezet tegen de katholieken, door radicale Vlaams-nationalisten tegen cultuurflaminganten, door de voorwaardelijke tegen de onvoorwaardelijke collaborateurs. Willem van Oranje is in de Belgische verbeeldingswereld nooit uitgegroeid tot een algemeen gedeeld patrimonium. Toen in de jaren 1980 de Nederlands-Vlaamse televisiereeks Willem van Oranje werd uitgezonden, heeft zij in Vlaanderen ongetwijfeld nauwelijks nationalistische sentimenten veroorzaakt.Maar misschien is het op zich al opzienbarend dat Willem sinds het einde van de negentiende eeuw in België nauwelijks nog negatieve gevoelens veroorzaakt. Was hij immers niet de grondlegger van de dynastie waartégen het onafhankelijke België is ontstaan? En is de kleur waarmee hij wordt verbonden niet dé kleur waarrond een naburige natie zich voortdurend zelfbewust aan de buitenwereld toont op een manier die de Belgische verdeeldheid alleen maar sterker in de verf kan stellen? " (187)
Trefwoorden Groot Nederland