De prins en de zee

Titel "De prins en de zee", in: Tijdschrift van de Koninklijke Nederlandsche Vereeniging "Onze Vloot", jrg 25, afl. 5, Mei 1933, pp. 63-65.   
Auteur Bettink, G.J.
Jaar van uitgave 1933
Citaat "Zeker zullen de Redactie nog meerdere stukken, nu alles in het teeken van den Prins staat, toestroomen. Bijgaand stukje meenen wij haar niet te mogen onthouden. Aan 't Rijksarchief te Haarlem is natuurlijk de handteekening van den Prins in officieele staatsstukken te vinden.Daartoe werd mij het dossier Ruychaver, den wel­bekenden Watergeus en kapitein der oorlogsvloot van den Prins ter hand gesteld. De inhoudsopgave meldt niet minder dan 120 nummers, waarvan niet alle de signatuur van den Prins dragen. Ook de namen van Dirk Sonoy en Jacob Cabeljauw, burgemeester van Oude­naarden komen voor.Een kleine toelichting zal evenwel van waarde zijn.Een volledige tekst erbij te geven is onnoodig, omdat de geschiedenis der Marine van de Jonge elk treffen in oorzaak, verloop en gevolgen, nauwkeurig beschrijft. Het dossier Ruychhaver bevat „Papieren, brieven commissien en andere missiven van zaliger gedachtenisse hopman, colonel ende overste Ruychhaver inhoudende genougd (nagenoge) alle zijne handelingen ende feyten van wa­penen van den jare 1511 tot November anno 1577, dat hij in den Heere gerust ende binnen Amsterdamme ver­slagen is."Niet alle kunnen hier genoemd worden. We beperken ons tot no. 1 Commissie door Commissarissen des Prinsen van Oranje aan Ruyckhaver gegeven om al de oorlogs­schepen des Hertogen van Alva zoo in het Vlie als elders liggende te overvallen, bekrijgen en in brand te steken. 10 Juni 1570.2. Rekening van het aandeel des Prinsen van Oranje in den buit door Ruyckhaver gemaakt en uitbetaald aan den commissaris van den Prins J. Basius, 21 Juli 1570. 3. Copie van de aanstelling van Jonker Lancelot van Brederode en Adriaan Menninck tot Oversten en Kapiteinen Generaal over de Oorlogsschepen.Gelijk men weet vormden de Watergeuzen de Marine van den Prins.Vertelde de geschiedenis reeds, dat ze zich vaak ge­droegen als vrijbuiters, brief no. 115, bewijst zeker wel, dat ze in den Noordwesthoek van Noord-Brabant niet alleen de boeren lastig vallen, maar zelfs den rentmees­ter plagen. Vandaar 's Prinsen bedreiging.Adres: Den Eersamen Vromen Onzen Lieven Bij­zonderen.Aan Renoy en Pieter van GhentLieutenant van Cap Ruychacer.Die Prince van Oraignen, Grave van Nassau en Heer ende Baron van Breda, van Diest enz.Edele Erentfeste Lieve bezondere.Wij verhoren hoe langer hoe meerder de groote over­lasten Dye by Ulieden committenten soldaten zyn doende aan de arme huysluyden op het eylant van den Clundaert Fynaerst Ruygenhil en daeromtrent. Oock alsoo dat se met U vloten tot meermalen den rentmeester by hoopen ende Rotten in huys gevallen en oock onzen domevnen hem affdringen zoodat zy heur nyet en schamen alle moetwil aldaer te bedryven, zonder dat ghy U in het minste ofte meeste eenige straffe of justicie admini­streert over al sulcke moetwilligheyt. Daarom soo hebben wij U wel willen vermanen alsulcke misusen (misdrijven) te straffen, U soldaten van den huyslieden (boerenbevol­king) te houden en U mitte Ingelanden t'accommoderen offte wy zullen mitterdaet aen U verhalen en U doen straffen andre tot exemple.Edele Erentfeste besondere Onze Heere Godt zy met U Gegeven tot Middelburg op den 5en Januari 1577U goede vriendt, volgt de bekende handteekening. (http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/WVO/brief/9281)Trouwens no. 119 eene missieve der staten van Hol­land aan Ruychaver getuigt van hetzelfde. Daarin wordt Ruychaver gelast om de krijgsknechten die bij Velsen en daaromtrent geweld gepleegd hebben, daarvoor te straf­fen (Haarlem 11 Juli 1577.)Natuurlijk kon Ruychaver niet altijd bij de soldaten zijn.Zoo is no. 95 een verlofbrief door Sonoy aan Ruychaver voor den tijd van acht dagen gegeven om naar den Prins te gaan. (Enkhuizen, 13 April 1574).Het vorige jaar had de kapitein tot hetzelfde doel op 26 November van Hendrik van Broechuyzen overste luite­nant in het Noorderkwartier verlof gehad. Maar Ruyc­haver denkt ook om zijn strijdmakkers.Zoo is no. 69 een request aan den Prins om betaling voor de krijgsknechten, opdat deze in staat mogen zijn om tegen den a.s. winter behoorlijk zich te kleeden en deste williger hun hopman op zijn krijgstochten te volgen. (http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/WVO/brief/9279?)In brief no. 4 zien we, dat Sonoy wel degelijk rekening en verantwoor­ding heeft te doen. Van 't vorige jaar zal hij de auditeuren nog wel gekend hebben, maar als er andere mochten verkozen hebben, moet hij zich ook aan hun onder­zoek onderwerpen en ter dagvaart van de Staten te Dor­drecht verschijnen.Archief Vleeschhal Dossier Sonoy no. 4, 8 Februari 1575, Dor­drecht.Myne Genadghe Heer de Prince van Oraengien, Grave van Nassau heere en Baron van Breda, van Diest, etc.(Aan den) Gouverneur ende Luytenantgeneraal over Holland, Zeelandt, West-Friesland en Utrecht. Ghesyen hebbend by schryven van Jonker Diederik Sonoy, Gouver­neur van noordhollandt, hoe dat die auditeurs tot zijne rekeninghe bij der Staten 's landts van Noorthollandt genomineerd op ten achtsten Septembris Duysent vyfhon­dert 'tzeventig vier (1574) huer laatstleden hem daertoe hebben gegeven tot examinatie auditie en sluytinghe der voorsz rekeninghen eenigszins verstaen ende willen tenzij dat zylyeden by mynen genadigen Heeren den Princen daertoe geautoriseert zyn. Zoo ist dat om zekere merke­lycke redenen daertoe porrende en moneeren (aanzetten) myn genadighe Lieve heere geauthoriseert heeft en auto­riseert mits dezen alsulcke auditeurs als by de Staten 's Lands in Noord-Holland voorscreven gesteld ende genomineerd geweest hebben ten daghen maent en jare als boven. Denselve ordonierende en bevelende van stonden aen En zonder langen vertrek, sich uit examinatie en sluytinghe van Rekeninghen van bovengenoemden Jonker Diederik Sonoy te begheven midts expressievelick gecoren (= verkozen) moghen zyn op ter daghvaert te Dordregt te reyzen.Dye magistraten van de steden, daar deselve woon­achtig zyn. Eenige andere in de plaetse van de absente zullen nomineeren om van stonden aen Int werk testellen die welcke die magistraten insgelycken mynen ghena­dighen Heere hebben Daertoe genomineert ende geau­thoriseert heeft.Des t'oirconden heeft Zyne Genade deze mit zyne naem onderteekent en het secreetzegel daer beneffens laten drucken.Tot Dordrecht op de 8 ste February anno duysend vyf­hondent 't seventigh vier (van 1574 moet zijn 1575).Guille de Nassau.Ten bevele van Zyne Excellentievan Beaumont. (http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/WVO/brief/11783)In no. 61. schrijft de Prins aan Ruychaver over zijn verheugenis omtrent de slag op de Zuiderzee (waarover voor eenige jaren wij twee vervolgopstellen opnamen) met de ver­zekering, dat zijn loffelijke daden ter bevordering der goede zaak naar verdiensten zullen beloond worden.De brief komt uit Delft dd. 16 October 1573. (http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/WVO/brief/9275)Het heele dossier geeft een duidelijk beeld van de eerste dagen van den strijd tegen Spanje van 1570‑1577.Rijksdossier in Noord-Holland dossier Ruychaver no. 61.Adres: Den Eersamen Vromen onsen lieven besunderenCapiteyn Nicolaes Ruychaver.Den Prince van Oraengien, Grave van Nassau, Heere ende Baroen van Breda, van Dienst enz.Eersame Vrome Lieve Besondere,Wy syn verblyt geweest en gaerne gesien in Uwe brieve de Victorie die Godt ons op de Zuiderzee over de vyanden schepen gegeven heeft, waervan wij Godt wel hebben te loven ende te dancken, die ons alsulcken weldaet be­wezen heeft.Wij dancken U oock, dat ghy U so mannelyck ende vromelick in deze als in andere saecken gedragen hebt, dewelcke wy altyd in goeden bedencken hebben sullen ende waerinne wy U konnen vordelick zyn en zullen wy nyet laten ende alsoe zelfs ghy U dan tot nu toe seer wel ende vromelick gedragen hebt en twyfelen wy nyet off ghy en sult In zoo goeden loffelycke dade tot vorderinge van een so rechtvaerdige saecke volgende ende noch continueeren sult willen waerover wy in U regard nyet ondanckbaer wezen en sullen.Eersame Vrome Lieve Besondere Onze Heere God Zy met U.Geschreven tot Delft den 8sten October 1575.U Goede VruindGuille de Nassau. (http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/WVO/brief/9275)Dossier Sonoy dd. 17 Mei 1575Dordrecht.Is een brief van den Prins aan Sonoy, waarin hij aan dezen opdraagt om een brief te schrijven aan den Graaf van Embden met verzoek om twee oorlogschepen naar Emden afgezonden op de Eems te laten passeeren.Den Edelen Vromen Onzen Lieven BesonderenJoncker Diderick Sonoy, Gouverneur van Noord-Holland & Waterlant.Die Prince van Oraengien, Grave van Nassau, Heere ende Baron van Breda etc.Edele Vrome Lieve Besondere.Volgens 'tgene wy U onlanx geschreven hebben, dat gy twee schepen van orlog zoudt schicken op Empden. So hebben wy noch U wel willen verwittigen. Dat wy 'tsedert vernomen hebben, dat de Grave van Empden op den Emst (= Eems) hebben bestelt zesse toegeruste schepen om de wachte aldaer te houden dewelcke mogelick Also et wel te bedencken is, de twee schepen nyet en sullen laten passeren, Waeromme wy voor Raedtsaem bevinden Dat ghy eenen brief schryft aan de voorsz grave Teneynde dat zy die twee schepen die van onzen weghe aldaer geschickt worden, om eenige persoonen ende passagiers over te brengen willen vry onbehindert ende onbeschadigt laten passeeren ende repas­seren. Begerende dat ghy om dit te doen genentyde ver­suymen en wilt en zult ons een welgevallen daer van doen.Uw goede vruntGuille de Nassvu.Recept (= ingekomen) .20 May 1575. (http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/WVO/brief/9254)De brief kwam dus in 3 dagen over.no. 63 dossier Ruychaveris een schrijven van Jacob Cabeljau aan Nicolaas Ruyc­haver over een inkwartieringskwestie.Graag zou ik nog meerdere bewijzen willen geven, dat men de Watergeuzen graag kwijt wilde uit o. a. uit Wognum.Brief van Jacob Kabeljauw aan Nicolaas Ruychaver te Hoorn.Bysondere gunstige goede vrint en broederUw brief van dato den 26 dezer heb ick ontfangen, Waerinne gy op my begeert, dat we U. L. Logement alhier zoudt willen bevryden dat daer geen soldaten in­geleyt zoude worden twelck van deze tyd nyet moogelick en is geweest overmits het klaegen ende jammeren der arme burgeren ende oock eensdeels van vreese dat dan een oploop onder den burgeren soude gecomen mogen hebben, hebben omdie oirsacken wille myn eygen loge­mene nyet cunnen bevryden, dan soo haest die comt, sal ick U. L. logement vry houden en die soldaten van daer doen nemen. Hiermede U. L. den heere bevelendeIn haeste uyt Alcmaar duo xxvy (27). Octobris 1573U. L. dienstwillige vrundt en broederJacob Cabeliau." (63-65)
Trefwoorden Militaire Geschiedenis geuzen