Prins Willem de Zwijger. 1533 - 24 april - 1933. Herdenkingsrede

Titel Prins Willem de Zwijger. 1533 - 24 april - 1933. Herdenkingsrede, voor het regiment genietroepen uitgesproken op 24 april 1933. Utrecht, s.n., 15 blz.
Auteur Berg, (Majoor) D.
Jaar van uitgave 1933
Citaat "Waar deze Oranje was de stichter van onzen Staat, welks onafhankelijkheid niet in de laatste plaats in zijne weermacht haar uitdrukking vindt, waar uit hem is voortgesproten ons Oranje-vorstenhuis, hetwelk voor ons is het zinnebeeld van het gezag, tot welks handhaving de weermacht in de eerste plaats kan worden geroepen — daar bestond er zeker alle aan­leiding om ook voor het Leger, waarin duizenden jonge Nederlanders in dienst van dat gezag werkzaam zijn, eene zoodanige herdenking te organiseeren.Er wordt dan ook dezer dagen bij alle korpsen eene bijeen­komst aan dit doel gewijd, ten einde in het bijzonder ook voor onze aankomende jongelingschap te verlevendigen het beeld van den man, die al zijne bezittingen opofferde voor de zaak der Nederlandsche vrijheid, die drie van zijne broeders in den strijd voor die vrijheid zag sneuvelen, en wiens laatste woorden, toen de kogel van den sluipmoordenaar hem had getroffen, nog waren gewijd aan het volk, voor welks zaak ook hij viel: „Mijn God! Heb medelijden met dit arme volk!" (3)"lntusschen had de Prins, die in Januari 1568 onder verbeurd-verklaring van zijne goederen was verbannen, terwijl zijn oudste zoon Filips Willem uit Leuven was ontvoerd en in Spanje gevangen gezet, zijne werkzaamheid tot bevrijding van het land aangevangen. Allereerst verzekerde hij zich door verpanding van zijne Duitsche bezittingen en van zijne kostbaarheden, alsook die van zijne vrouw, moeder, broeders en zusters, de beschikking over de voor een veldtocht benoodigde gelden. Daarna bracht hij een leger bijeen, hetwelk op vier punten deze gewesten zou binnen­vallen.Op drie punten had dit optreden geen succes: de aanval in het zuiden van Frankrijk uit en die in het oosten bij 's Heerenberg en Roermond leverden geen resultaat op. In het noorden evenwel verliepen de zaken aanvankelijk voorspoedig: 's Prinsen broeder Lodewijk rukte op in Groningen en behaalde eene overwinning bij Heiligerlee, met welk wapenfeit, waarbij de jongere broeder Adolf van Nassau sneuvelde, de 80-jarige oorlog wordt geacht te zijn aangevangen. Daarna echter werd Lodewijk door Alva verslagen bij Jemmingen, waarbij hij er ternauwernood het leven afbracht.Vervolgens verzamelde de Prins zelf aan den Rijn een leger ter sterkte van 30.000 à 35.000 man, eene voor dien tijd zeer aan­zienlijke strijdmacht, waarmede hij in het najaar een meester­lijken overtocht over de Maas bij Maaseyck volbracht. Daarna rukte hij op in de richting van Brussel (omdat hij toentertijd nog de zuidelijke Nederlanden als de voornaamste provinciën be­schouwde). Hij werd daarbij op den voet gevolgd door Alva met zijn leger; aangezien evenwel de Spaansche troepen in getal­sterkte in de minderheid waren, ontweek Alva elk gevecht en volgde tegenover den Prins eene soort van uitputtingstactiek.Bovendien bleef, toen de Prins Brabant binnenviel, de volks­opstand, waarop hij had vermeend te mogen rekenen, achterwege, lamgeslagen als de bevolking was door het Spaansche schrik­bewind. De Prins werd aldus weldra door geldgebrek tot den terugtocht gedwongen, te meer, omdat al zijne toevoeren door Alva werden afgesneden. Hij slaagde er niet in, weder over de Maas te komen en moest de wijk nemen naar Frankrijk, waar tengevolge van het ontbreken van geldmiddelen zijne troepen verliepen en te Straatsburg moesten worden ontbonden. Deze veldtocht had hem n.l. persoonlijk een half millioen gekost, een bedrag, dat in dien tijd nog veel meer beteekende dan tegen­woordig." (8/9)
Trefwoorden Militaire Geschiedenis