Hollands en Zeelands Jubel-Jaar. of Tweehonderd-jarige Gedagtenis der Heuchelijke verlossing van het Spaansche Jok en grondlegging van Nêerlands Republiek in het jaar MDLXXII onder het wys beleid van Willem den I

Titel Hollands en Zeelands Jubel-Jaar. of Tweehonderd-jarige Gedagtenis der Heuchelijke verlossing van het Spaansche Jok en grondlegging van Nêerlands Republiek in het jaar MDLXXII onder het wys beleid van Willem den I, Prins van Orange, Behelsende De Historie der Watergeusen onder 's Princen Luitenant Admiraals, inneming van den Briel den 1 April; opstand der Dordrechtsche en Rotterdamsche Bur­geryen; afval van Vlissingen en Veer, van Enkhuisen en Hoorn, van Zirkzee en Dordrecht, van Gorcom en andere Zuid- en Noord-Hollandsche Steden; verrassing van Bergen in Henegouwen; belegering van Amsterdam; Parysche Moord; de drie eerste vrye Staatsvergaderingen binnen Dordrecht en Haarlem: opregting der Admiraliteiten, Hoven van Justicie, Gecommitteerde Raden; en andere gedenkwaardigste gebeurtenissen van dat Wonder-jaar. Alles uit echte bewysstukken der geloofwaardigste Schryvers en later ontdekte oude Handschriften. Samengestelt en beredeneert door Johan Barueth. Predikant te Dordrecht. Te Dordrecht Gedrukt by Adriaan Walpot, 1772. *-**3v, XIV, 308. ill.  
Auteur Barueth, J.
Jaar van uitgave 1772
Citaat "De Prins van ORANGE, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, in April in 1567, ten lande synde uitgeweeken, naar het Nassausche, te Dillenburg by synen Broeder; 's jaars daaraan volgende; ingedaagt ter verantwoording aan Duc d' Alba, 's-Konings Gouverneur Generaal; en kort daarop, door den Raad der Troubelen (gewoonlyk de Bloedraad by het Neêrlands volk genaamt) voor 's Ko­nings vyand en rebel verklaart; liet middeler­wyl, geene gelegenheid, hem gunstig, sich ontglippen, noch eenige middelen onbesogt, die sich in tyds opdeden, of van elders hem werden aangeboden, om het verdrukte Nederland syne hulpe te bieden, en het Spaansche jok van Tirannye afteschudden.In weerwil van Graaf MAXIMILIAAN VAN BOSSU, en ANTONIUS BURGUNDUS, in desselfs steede aangestelt, gene over Holland en Utrecht, dese over Zeeland, verstoute Prins WILLEM sich te gedragen als 's Konings Stadhouder vertonende in syn' persoon den Overheer en de Staten der Landschappen, syn bestuur onderworpen : uit welker naam hy ageerde tegen den Dwingeland ALBA, synen en hunnen gemeenen vyand. 't Geen hy, met het grootste regt, myns bedunkens (hoe seer eenigen het anders begrypen) vermogt te doen; als synde in voortyden, op syne aanhoudende versoeken ten Hove, noch van den Koning, noch van de Vrouwe Gouvernante, desselfs Suster, ooit ontslagen geworden, van de hoge Waardigheden, hem opgedragen; integendeel, synde toen met ernst versogt, daarin te volharden. Voeg hier by, de geweldena­ryen, van de Spaansche zyde hem aangedaan; syn Baronnye van Breda, met al' syn overige Heerlykheden in dese Nederlanden, in beslag genomen en verbeurt verklaart; als Verrader en Gevlodene uitgekreten, en ingedaagt, daar hy onbeticht van eenige misdaad, met eigen wil was heengegaan; en syn oudste Soon, PHILIP WILLEM, in syn dertiende jaar, van Leuvens Hoge School, tegen hare Voorregten, geweldiger hand geligt, en naar Spanjen gevangen gevoert. Tegen sulk een Ty­rannig en Eedbreekend Vorst, mogt dese vertrapte Onderdaan, regtvaardig de wapenen van tegenweer opnemen." (24/5)
Trefwoorden Algemene en Politieke Geschiedenis