Oranje als rebellenleider in Holland en Zeeland (1572-1576)

Titel "Oranje als rebellenleider in Holland en Zeeland (1572-1576)", in P. Geyl (red.), Wilhelmus van Nassouwe. Uitgegeven ter gelegenheid van het IVde eeuwfeest der geboorte van Prins Willem van Oranje onder leiding van Prof. Dr. P. Geyl met medewerking van een aantal vooraanstaande figuren uit Nederland en Vlaanderen, Middelburg: G.W. Den Boer, 1933, pp. 110-144. Noten.  
Auteur Bartstra, J.S.
Jaar van uitgave 1933
Citaat "In 1572 werden Holland en Zeeland het centrum van den nationalen opstand der Nederlanders tegen de Spaansche wereldmonarchie. Als men afziet van de korte en jammerlijke periode 1576—'79, kan men zelfs zeggen, dat de opstand daarmee een bij uitstek Noord-Nederlandsch en Protestantsch karakter gekregen heeft. Hoe komt dat? Dat komt niet door „stugge onverzettelijkheid van het Noorden" tegenover „licht-ontvlambare wuftheid van het Zuiden", zooals men elkaar lang nagepraat heeft, daarmee overigens-ook-verzonnen „nationale karaktertrekken" van tegenwoordige „Nederlanders" en tegenwoordige „Belgen" in de historie terug projec­teerende. Dat 1572 de bedoelde noodlottige en tot op zekere hoogte defini­tieve caesuur in de ontwikkelingsgeschiedenis der Nederlandsche natie heeft aangebracht, is het gevolg van een gecompliceerd stel aardrijkskundige, historische en toevallige oorzaken, waarvan wij er in dit opstel eenige zullen behandelen. Volstaan wij aanvankelijk met te zeggen, dat een loca­liseering van het verzet allerminst in de bedoeling van den Prins van Oranje gelegen heeft. De Prins waagde den 27sten Augustus bij Roermond zijn tocht over de Maas met het doel den volksopstand te bewerkstelligen in Brabant en Vlaanderen en zich te vereenigen met de Franschen. Eerst toen de op­stand in het Zuiden - afgezien van drie kleine en vier middelmatige steden, die, half gedwongen, hem de poorten openden - uitbleef, toen de Franschen op zich lieten wachten en geldgebrek tot afdanking van de huurlegers noop­te, besloot Oranje zijn lot aan dat van de Hollanders te gaan verbinden en hij deed dat, gedreven door zuiver plichtsgevoel, zoo weinig in het idee, zich in het centrum van het verzet te gaan terugtrekken, dat hij den 18en Oc­tober vanuit Zwolle, eenige dagen voor zijn aankomst te Enkhuizen, aan zijn broer Jan de vaak geciteerde woorden schreef, dat hij er zijn graf dacht te graven: „de faire illecq ma sépulture"." (110)
Trefwoorden Begin opstand holland en Zeeland Algemene en Politieke Geschiedenis