Eenige brieven over de voorbereiding van den Bredaschen vredehandel van 1575

Titel "Eenige brieven over de voorbereiding van den Bredaschen vredehandel van 1575, uit de nalatenschap van R.C. Bakhuizen van den Brink", in: Bijdragen en mededeelingen van het Historisch Genootschap, (gevestigd te Utrecht), deel 34, (1913), pp. 538-562. Noten. 
Auteur Banning, W.A.F.
Jaar van uitgave 1913
Citaat "In een omslag, waarin door de zorgen van den Secretaris der Rijks-commissie een zeker getal af­schriften uit den tijd van Requesens' landvoogdij waren samengevoegd, bevond zich o.m. een achttal brieven afgeschreven uit een correspondentie te Brussel berustende en gevoerd tusschen Salentin, aartsbisschop-keurvorst van Keulen en Requesens, Requesens en Viglius, Scharemberger en den keurvorst en Reque­sens en Fonck. Het onderwerp dezer briefwisseling is in hoofdzaak een mislukte poging in de maanden September—December 1574 door den Keulschen keur­vorst aangewend om aan graaf Jan van Nassau door den landvoogd een vrijgeleide te doen geven, opdat de graaf zich met het oog op een voorgenomen pacificatie met zijn broeder, den prins van Oranje, in verbinding zou kunnen gaan stellen.Fruin in zijn studie Prins Willem in onderhandeling met den vijand over vrede, 1572-1576 verhaalt hoe, nadat door het ontzet van Leiden en de ontruiming van Rijnland, Delfland en Schieland door den vijand de opstand was bevestigd en bestendigd, de hoop hem met de wapenen te bedwingen vooreerst weer was verdwenen en men bij gebrek aan beter wel opnieuw zijn toevlucht tot onderhandelen moest nemen, hoe toen voortdurend Duitsche vorsten en prelaten (hij noemt met name den keurvorst van Keulen, den bisschop van Luik en den hertog van Beieren) daartoe aanspoorden „en de keizer van Duitschland dringender thans dan iemand anders, want hij hield zich verzekerd, dat de benoeming van zijn zoon tot roomsch-koning niet zou geschieden eer Nederland tot rust was gekomen. Om die reden had hij naar Madrid zijn gezant Rumpf gezonden en naar Nederland den graaf van Schwartzburg, schoon­broeder van prins Willem, om zoowel dezen als ook Requesens gunstig te stemmen." Wij hebben dus in de mislukte pogingen om graaf Jan met den prins in verbinding te stellen, waarover de hieronder af­gedrukte correspondentie handelt, een andere uiting te zien van het streven van Duitsche zijde om op den leider der rebellen invloed door zijn naaste bloed­verwanten uit te oefenen." (539-540).
Trefwoorden Algemene en Politieke Geschiedenis