'De confessie van den moordenaar'

Titel "'De confessie van den moordenaar'", in Idem, Studiën en Schetsen over Vaderlandsche Geschiedenis en Letteren, uit vroegeren opstellen bijeenverzameld, herzien en vermeerderd door R.C. Bakhuizen van den Brink. Ie deel, Amsterdam: Frederik Muller, 1863, pp. 551-593. Noten, 1 Facsimilé.
Auteur Bakhuizen van den Brink, R.C.
Jaar van uitgave 1863
Citaat "De, zoo het heet, oorspronkelijke bekentenis van BALTHAZAR GERARD, waarover de strijd ontstaan is, werd in het begin des vorigen jaars te 's Gravenhage in openbare veiling gebragt. Ik heb het stuk bij die gelegenheid oppervlakkig onderzocht, maar achtte het aanstonds van dien aard, dat ik noch de aandacht van wijlen den heer rijks-archivarius, jhr. mr. J. C. DE JONGE, noch die der hooge regering daarop mogt vestigen. Dat GERARD koelbloedig en standvastig geweest is, getuigt de geschiedenis; maar dat iemand nog trillende van een pas gepleegden moord, op eene wanhopige vlugt achter­haald, door ruwe hellebardiers naar de conciergerie gesleurd, met de pijnbank of een wreeden dood bedreigd, onder de blikken van deels verslagen, deels wraakgierige regters, met eene vaste hand en fraaije letter eene bekentenis zou hebben nedergeschreven, die, hoe welgesteld ook, echter de onuit­wischbare sporen van overspanning en hartstogt draagt; dat hij zich naauwelijks eene enkele maal zou hebben verschreven; dat regels en letters evenzeer in den haak zouden staan en het wit van den rand met zorgvuldigheid bewaard zou ge­bleven zijn, als ware er een potloodstreep langs getrokken; dat in één woord, het geheel meer voor de kalme rust eener griffie dan voor de vertwijfeling eens kerkers zoude getuigen dit kwam mij eene zedelijke onwaarschijnlijkheid, om niet te zeggen onmogelijkheid voor. Buitendien twee kleine gaatjes in het papier verrieden, dat het stuk vroeger in een recueil was ingenaaid geweest, zoo als - onze vaderen er - vele maakten van belangrijke oorkonden, vooral kopiën, welke hun in handen vielen. Het oorspronkelijke stuk zou men, dacht mij, wel in zijnen oorspronkelijker vorm, hetzij uit liefde, hetzij uit haat, als een reliek bewaard hebben.Het stuk is verkocht geworden en eindelijk in het bezit van het Belgische Rijks-Archief geraakt. De vraag over de echtheid en waarde van het stuk is in de koninklijke Aka­demie met levendigheid behandeld, en de heer GACHARD heeft de goedheid gehad mij een uittreksel uit het Bulletin dier Akademie T. XX No. 9 toe te zenden, waarin hij van zijne eigene beschouwingen over het stuk verslag doet en dat stuk zelf met een gedeeltelijk facsimile mededeelt. De be­schouwingen over deze oorkonde door prof. ARENDT uit Leuven, in twee zittingen der Belgische Akademie uitvoeriglijk voorgedragen, zijn sedert in de Annexe aux Bulletins de l'Academie royale 1853-1854 en, zoo wij meenen, ook afzonderlijk, onder den titel van Recherches critiques et historiques sur la confession de Balthazar Gérard in het licht ver­schenen.Uit deze verhandelingen blijkt, dat men in België, zoo niet de meening, ten minste den wensch blijft koesteren, om het betwiste stuk voor een eigenhandig geschrift van BALTHAZAR GERARD te doen doorgaan." (551/2)
Trefwoorden Moord Algemene en Politieke Geschiedenis Rechtsgeschiedenis
Web links http://www.dbnl.org/tekst/bakh003stud01_01/bakh003stud01_01_0010.htm