Prins Willem van Oranje en de Leidse Universiteit

Titel "Prins Willem van Oranje en de Leidse Universiteit", in: Acta et Agenda. Informatieblad der Leidse Universiteit, 13 februari 1975, pp. 485, 487 en 490. 
Auteur Bakhuizen van den Brink, J.N.
Jaar van uitgave 1975
Citaat "Om 7 uur in de nog maar schemerende ochtend woonden zij de dienst in de Pieterskerk bij. Daar­na volgde om 9 uur de pompa inauguralis met de vier faculteiten, die der godgeleerdheid, rechten, medicijnen en artes liberales, gericht, om - met Huizinga te spreken, op de kerk, de staat en de maatschappij. De heilige Schrift, omgeven door de vier evangelisten, ging voorop, dat was niet anders denkbaar, en bij het St. Barbaraklooster, de eerste behuizing van de uni­versiteit aangekomen, werd de hele stoet door Apollo en de negen Muzen omhelsd. Ziedaar het beeld van de tijd zoals wij het ons, in het land van Erasmus, zo gaarne weer voor de geest roepen. Maar er was meer. De raad van de stad had de gehele schutterij opgecommandeerd met geweer en wapen om hem „ende de Lees-meesteren oft Professoren (die daer toe versocht zijnde, ter liefde tot hun Vaderlandt den Last van dien ghewillichlicken hadden aenghenomen) in de Academie te gheleyden met ghewapender handt, sulcx sij verstonden haer vryheydt gewon­nen te hebben, ende van meyninghe te wesen hem selfs beschermende te houden."De wapenen om wille van de vrijheid, en de vrij­heid als de tuin voor Pallas en haar jeugd. (...) Wie ontbrak te midden van de feestvreugde, was de Prins, hoogloffelijker memorie. Hij liet zich vertegenwoordigen door mr. Gerard van Wijngaerden, licentiaat in beide rechten, raad­ordinaris in het Hof van Holland, en Jacob van der Does, hoogheemraad van Rijnland, superintendent-generaal van Leiden en raad van Zijne Excellentie. Tussen deze beiden in ging voor­aan de stoet ds. Casper Coolhaes, die de eerste colleges theologie zou waarnemen. Zes andere hoogleraren volgden, van wie er slechts twee wer­kelijk gefungeerd hebben: Gerard de Bont en Cor­nelis de Groot.Waarom was de Prins niet aanwezig? Omdat, zo had hij aan Van Wijngaerden geschreven: „ons tselve belet is overmits de groote menich­fuldeghe ende swaere affeyren, die onlancx ter cause van den jeghenwoordegen vredehandel ons toegecommen zijn." (Keulse vredehandel) (490)
Opmerking(en) Tekst van de op 8 febr. 1975 in de Nieuwe Kerk te Delft gehouden herdenkingsrede t.g.v. de precies 400 jaar geleden opening van de Leidse Universiteit.
Trefwoorden Leidse universiteit WET