Het regt van syne hoogheyd den heere Prince van Orange en Nassau

Titel Het regt van syne hoogheyd den heere Prince van Orange en Nassau, &c. tot het marquisaat van Veere en Vlissingen, Bewezen met authenticque stukken, deductien, resolutien, &c. Behelzende teffens eenige consideratien omtrent onlangs ondernomen Devasalleeringe van dien. Alles opgehelderd en met verscheyde nieuwe aanmerkingen vermeerderd in een voorberigt, Waar in de partydigheyd en onkunde van den schryver van het Leven van Prince Willem den Eersten in verscheyde Stellingen, aangaande het voorschreeve Marckgraafschap werd aangetoond. Te Franeker by Willem Coulon, 1733, cxvi, 432 pp.   
Auteur Back, J.
Jaar van uitgave 1733
Citaat "Ik kan ter dezer gelegentheyd niet afzyn, alhier aan te roeren, het geene omtrend deze voorgewende oppositie zeer omstandig werd verhandelt by den Schry­ver van het Leven van Prince Willem den Isten, die door eenen verkeerden geest gedreven, so op dit respect, als doorgaans in syn geheele boek geen an­deren toeleg met het schryven van dat le­ven toond gehad te hebben, als om de ge­heughenisse van dien Held (waar aan alle ware liefhebbers des Vaderlands, als naast God den eenigsten grondlegger van de dierbare vryheyd, met een diep ontzag en eene eerbiedige dankbaarheyd geden­ken) op eene gantsch snode wyze te be­kladden.Het is in het elfde Boek, daar deze Schry­ver verscheyde gemutileerde stukken, zo uyt de notulen van de Staten van Zee­land, als van elders bybrengt, om daar uyt, was het mogelyk, aan te tonen, dat de Staten van Zeeland zig tegen den meergemelden koop van het Marquisaet zouden hebben aangekant, en wel om die rede en oorsake (want daar komt het op aan, en anders zoude zo een gepreten­deerde oppositie niets beduyden, zo zy geen wettige oorsaak zoude gehad heb­ben) om dat het Marquisaet door de Voor­regt-brieven door Prince Willem uyt den naam van den Koning als Grave van Zee­land aan de beyde Steden gegeven, zou­de zyn vernietigt, en de Graeffelykheyd van Zeeland ingelyst, en dat vervolgens die twee Steden, tegen den voornaam­sten en wesentlyksten inhoud van hare Voorregt-brieven, van het gemeene lighaam van den Staat, en van de Graafelykheyd door dezelve koop niet zouden hebben konnen werden ontvreemt en afgescheurt.Want dit word doorgaans op die plaatze geïnsinueert, dat zoude zyn geweest het fundament, en de rede van die gepretendeerde oppositie van de Staten van Zeeland.Ik zal alhier niet aanmerken, dat het Marquisaat door die Voorregt-brieven geenzints is verniettigt, of verniettigt heeft konnen worden, om dat ik daar toe by vervolg van dit berigt nader gelegent­heyd zal vinden.Ik zal alleen hier invoegen de voorsz. gemutileerde stukken, zo als dezelve by dien Schryver werden geallegueert, op­dat de Lezer moge nagaan, of daar in eenig bewys van sodanigen voorgeven is te vinden." (XL-XLII)
Opmerking(en) De 'schryver' is Lieven de Beaufort.
Trefwoorden Algemene en Politieke Geschiedenis Rechtsgeschiedenis