Balthasar G. Het relaas van een katholieke jongen die Willem van Oranje vermoordde en bijna heilig verklaard werd

Titel Balthasar G. Het relaas van een katholieke jongen die Willem van Oranje vermoordde en bijna heilig verklaard werd, Amsterdam: Syndikaat, 1984. 124 pp. ill. Literatuur.  
Auteur Baar, Peter Paul e.a.
Jaar van uitgave 1984
Citaat "Het blijft gissen wat hij in de periode die hij tot februari 1582 in Dôle doorbracht, heeft uitgevoerd. (…) Er is maar één voorval bekend uit die jaren, een gebeurtenis die Balthasar later zelf aanhaalde in zijn schriftelijke bekentenis, na de moord op Willem van Oranje. Het speelt zich in 1578 in Dôle af in het huis van procureur Jehan Villaux. Er werd gesproken over politiek en Willem van Oranje. Balthasar wond zich zo op dat hij met alle kracht een dolk in een van de deuren stak. Daarbij riep hij uit dat, … deze steek in het hart van de prins van Oranje gegeven had moeten worden."(11)"Balthasar keerde terug naar de Diamant om zijn pistolen te halen. Het ene laadde hij met drie kogels die tegelijk afgevuurd zouden worden; het reserve­pistool laadde hij met twee kogels. Beide pistolen hing hij aan zijn linkerzij. Om geen argwaan te wekken verborg hij ze met opzet niet onder zijn mantel die hij over zijn rechterschouder sloeg. Toen begaf hij zich naar het Prinsenhof en wachtte daar in de hal.Rond half twee is de maaltijd afgelopen. De prins spreekt nog even met een Engelse officier die juist is binnengekomen. Dan verlaat het gezelschap de eetzaal. Willem van Oranje gaat voorop, de anderen volgen. Juist als de prins een voet op de eerste trede van de trap naar boven zet, klinkt een schot. De prins zakt in elkaar. Balthasar heeft hem van dichtbij links in zijn borst en in zijn zij geraakt. Een bediende legt de prins op de trap. Daar sterft hij.Of Willem van Oranje in die laatste ogenblikken voor zijn dood nog iets gezegd heeft, valt te betwijfelen. In het officiële verslag van de moord staat: „Den Prince ghevoelende dat hy ghetreft was, en seyde anders niets dan dese woorden: Heere Godt weest mijn siele ghenadich, ick ben seer gequetst, Heere Godt, weest mijn siele, ende dit arme volck ghenadich." Of in het frans: „Mon Dieu, aie pitié de mon âme, et de ce pauvre peuple!" Was hij in die laatste minuten of seconden nog in staat zulke weloverwogen woorden uit te spreken?" ( 45)
Trefwoorden Balthazar Gerards Moord Algemene en Politieke Geschiedenis