Het standbeeld van Willem I door den Graaf De Nieuwerkerke

Titel "Het standbeeld van Willem I door den Graaf De Nieuwerkerke", in: Kunstkroniek. Uitgegeven ter aanmoediging en verspreiding der Schoone Kunsten, jrg 6, 1845-1846, 's-Gravenhage: K. Fuhri, pp. 41-42. Noten.Foto's artikel:   
Auteur B.,
Jaar van uitgave 1846
Citaat "Men versta ons wel. Wij zijn Hollanders tot in onze nieren toe; wij hebben ons vaderland innig lief en dit, op onderscheidene wijzen en bij verschillende gelegenheden, beleden met al de oprechtheid, die in ons is; maar juist daarom behooren wij tot hen in den lande, die in deze schepping van den adelijken beeldhouwer ieder ander zien dan den grondlegger van onzen Staat; daarom verklaart onze goedrondheid, zonder achterhoudenheid, zich tegen het brandende houden van de lamp der oude heugenis op zulk eene wijze; daarom vooral — om dit in 't voorbijgaan op te mer­ken — smartte het ons, dat de onthulling van een standbeeld des vereeuwig­den Staatsmans een amfiebieachtig feest was, 't welk het aanzien had van eene Hofviering, en, door de vertegenwoordiging van het leger, ook min of meer op een volksfeest geleek. Wij bezigden daar het woord Staatsman — en voor wie niet aan de buitenschors hangen blijven, zal dit woord reeds verduidelijken, waarom wij in de statue van den graaf de Nieuwerkerke een Hendrik IV of een Spinola zien, maar er geenszins den held in begroeten, die niet met den degen, maar met het zwaard des geestes, gestreden heeft tegen den geweldenaar, die zich evenzeer vergreep aan de hoogste gave des Hemels — vrijheid van geweten — als de geweldenaar van onzen tijd, die slechts ééne godsdienst in zijne rijken schijnt te willen dulden. Willem de Eerste — en Professor van der Hoeven heeft het ons weder herinnerd — wiens naam een lofrede is, daar zijne gezegende gedachtenis altoos in de har­ten der Nederlanders leven zal, zoolang als het land-zelf, dat onvergelijkelijke gedenkteeken van de nijverheid en de liefde der Vrijheid bestaat; — Willem de Eerste zoo als hij daar door den Franschman gefranciseerd zich verheft, is een logenachtige personifikatie van het Hollandsch charakter uit de XVIde eeuw. De vader des vaderlands, die in de oogenblikken, dat het gevaar ten top was geklommen, met kalme beradenheid den voorslag deed, het land te verlaten, de dijken door te steken, zich met vrouw en kinderen scheep te begeven, om een rustiger plek gronds en minder duur gekocht stuk da­gelijksch brood te gaan opzoeken —dat is geen zwierige en praalzieke kavalier, dien men in krijgs- of feestgewaad moet voorstellen ter prooi aan de nukken van een overmoedig oorlogsros : de man van genie, van kombi­natie, van bedaarden arbeid des geestes moet slechts bij uitzondering te paard zitten — de wapenhandel behoort tot zijn hoedanigheden, maar is het element niet, waar hij bij voorkeur en het krachtigst in leeft; de zedige, zachtgestemde Christen, de Zwijger voegt niet te paard — en dit heeft de luchtige Franschman niet begrepen, toen hij op de Haagsche Tentoonstelling in 1843, het model expozeerde van het nu verrezen beeld, en niet gedacht aan de noodwendige reproduktie der geschiedenis van groote mannen in hunne standbeelden; dat heeft de Koning voorbij gezien, toen hij wenschte door de oprichting er van eene hulde te brengen aan den grootsten man van zijn geslacht; dat bevatten zij niet, die alleen de artis­tieke waarde van dit metaal voor oogen houden en ze sluiten voor zijn eerste vereischte: waarheid van het historiesch charakter." (41)
Opmerking(en) Vgl. R. van Luttervelt, "Het ruiterstandbeeld van Willem van Oranje te 's-Gravenhage", (1948).
Trefwoorden standbeeld historiografie Algemene en Politieke Geschiedenis Beeldhouwkunst herdenking