Apologie of Verantwoording van de prins van Oranje 1581 gevolgd door het Plakkaat van Verlating 1581. Met enige begeleidende correspondentie. Historische inleidingen en aantekeningen: Dr. A. Alberts. Modern Nederlandse bewerking: Drs. J.E. Verlaan

Titel Apologie of Verantwoording van de prins van Oranje 1581 gevolgd door het Plakkaat van Verlating 1581. Met enige begeleidende correspondentie. Historische inleidingen en aantekeningen: Dr. A. Alberts. Modern Nederlandse bewerking: Drs. J.E. Verlaan, Nieuwkoop: Heureka, 1980. 159 blz. ill. Noten, Literatuur.
Auteur Verlaan, J.E.
Jaar van uitgave 1980
Citaat "Zijn dit nu allemaal redenen om de Apologie wel of niet te herdrukken, om haar wel of niet te bewerken? Voor het laatst verschenen ongewijzigde herdrukken (dat wil zeggen in de oorspronkelijke — en weinig toegankelijke — schrijfwijze) in 1923 en 1942, bezorgd door respectievelijk Albert Verwey en zijn dochter M. Mees-Verwey. Deze uitgaven waren nauwelijks geannoteerd. Dat lijkt ook geen gemis, daar taalgebruik en spelling de kring van lezers beperkt zullen hebben tot historici, die ook in staat zullen zijn geweest de inhoud te beoordelen op verdichting en waarheid. Voor deze mensen is geen herdruk nodig, er zijn in Nederland waarschijnlijk evenveel bibliotheken waar de oude uitgaven bewaard worden, als er historici zijn. Vele van hen hebben daar bovendien vrede mee, vinden dat voldoende. Een getuigenis daarvan mag de volgende reactie van een historicus op onze bewerkingsplannen zijn:'Dat zo'n bewerking in hedendaags Nederlands dient te geschieden, stuit bij mij op principiële bezwaren: gelet op de aard en de intentie van de Apologie heb ik er moeite mee, dat een breed publiek aldus kennis kan gaan nemen van de inhoud van een geschrift, dat in 1580 als propagandamiddel moest dienen en waarin derhalve de nodige feitelijke onjuistheden en pertinente leugens staan vermeld. Wellicht wilt U van mij aannemen, dat ik een zéér grote bewondering koester voor het politiek vernuft en de staatkundig-religieuze opvattingen van prins Willem van Oranje. Op grond hiervan kan ik slechts toejuichen wanneer in de geschiedschrijving allerlei al dan niet bewust ingevoerde mythes rond 's mans doen en laten worden geëlimineerd. Mijn vrees is nu, dat een door U beoogde uitgave van juist dit propaganda-schrift bij het brede publiek de historische Willem van Oranje én de historische Filips II opnieuw geweld wordt aangedaan.'Deze angst voor misbruik van een 'vertaalde' Apologie is begrijpelijk. Het pleit echter minder tegen een modern Nederlandse bewerking, dan wel vóór een uitvoerige annotatie. En die is er gekomen.Zo kan de Apologie, zoals dat in de zestiende eeuw het geval was, weer op de hoek van de straat verkocht worden, en gelezen. Het blijft een prikkelend geschrift, ook al weet de lezer van nu dat Filips II eigenlijk een zeer modern, zij het ook zeer katholiek vorst was, en Willem van Oranje een eigenlijk nogal traditionele, zij het zeer tolerante man.In het jaar dat de Apologie gepubliceerd werd, gebeurde datzelfde met het Plakkaat van Verlating, waarvan hier ook een bewerking is opgenomen. De Apologie was gericht tot de Heren Staten-Generaal en verzocht hen om steun tegen Filips II. De Staten aarzelden in eerste instantie met een duidelijk antwoord, maar — ten dele afgedwongen door volgende gebeurtenissen — kwam het toch, in de vorm van het Plakkaat, de afzwering van Filips II. Dat het één zozeer in het verlengde van het ander ligt, heeft ons tot opname van het Plakkaat doen besluiten." (9/10)"Het was vooral Oranje, die deze ontwikkeling (steun zoeken bij Frankrijk. GWD) hielp bevorderen en het kon niet anders of hij werd in Spaanse ogen meer dan ooit de boeman. lets anders was of die ontwikkeling bevorderlijk was voor de eenheid der Nederlanden of wat daarvan nog over was. Anders dan Elisabeth beleed Anjou de katholieke leer en hij zou dit stellig blijven doen. Dat maakte hem in de leidende kringen van Holland en Zeeland niet zeer populair, terwijl hij daarnaast vrijwel onacceptabel was voor de aan Frankrijk grenzende gewesten Namen, Henegouwen en Artois. Daar was men ronduit bevreesd voor een te grote en mogelijk op annexatie gerichte Franse invloed.Er ontstond zodoende in de loop van het jaar een politiek klimaat, dat steeds geschikter werd voor een scheiding der geesten. In de Waalse gewesten begon men zich in alle ernst af te vragen of van alle kwaden de koning van Spanje misschien toch niet het minst erge zou zijn. Die verwachting won terrein toen don Juan, de landvoogd met wie men slechte ervaringen had gehad, van het toneel verdween. Hij stierf op 31 oktober te Namen in zijn door de pest aangetaste legerkamp. En ditmaal was er wel een voorlopige opvolger, want voor zijn overlijden had de landvoogd als zodanig Alessandro Farnese aangewezen, de zoon van de landvoogdes van eertijds, Margaretha van Parma. Parma, zoals hij in onze geschiedenis wordt genoemd, was niet alleen een bekwaam leger-bevelhebber, maar ook politicus met visie. Hij had een duidelijk doel voor ogen: eerst het katholieke zuiden terugvoeren naar de gehoorzaamheid aan de koning, daarna hetzelfde te doen met een zo groot mogelijk deel van de katholieken in het noorden, om vervolgens de rest van de Nederlanden militair te dwingen onder het gezag van hun landsheer terug te keren.Zijn eerste succes was het verbond tussen de Waalse gewesten, dat op 6 januari 1579 te Atrecht werd gesloten. In feite een ultimatum aan de Staten-Generaal: binnen een maand zouden zij zich terugbegeven onder het gezag van hun landsheer, de koning, tenzij de Staten-Generaal uitvoering van de Pacificatie van Gent en dan met name de afspraken op het gebied der privileges en de bescherming van de katholieke godsdienst zouden bewerkstelligen. Dat gebeurde niet en daarmee was de scheuring een feit. Het overgrote deel der andere gewesten sloot nog binnen een maand, op 23 januari te Utrecht het verdrag, dat bekend is geworden als de Unie van Utrecht. Het stuk werd op die datum voor ondertekening opengesteld. Het was in eerste instantie de verwoording van een gezamenlijke inspanning ten einde de Spaanse vijand buiten de grenzen te houden.Het was het einde van een van de idealen van Oranje. Hij zou in de komende jaren de moed niet opgeven. Hij zou Anjou blijven aanbevelen als een goede vervanger voor de landsheer, tegen wie ze in opstand waren gekomen. Hij zou zich in de ogen van Filips II daardoor nog hatelijker maken. Tijdens laatste onderhandelingen, door een te Keulen belegd internationaal congres, waaraan werd deelgenomen door afgevaardigden van de keizer, de koning van Spanje, de paus en de Staten-Generaal en dat — ook al weer wegens de godsdienstkwestie — van het begin af op mislukken stond, heeft men een laatste poging gedaan Oranje te bewegen zich af te scheiden van Holland en Zeeland. Hij weigerde. Het jaar daarop kwam de Ban, gevolgd door de Apologie." (51/2)
Opmerking(en) Zie ook: Hertaling Apologie van J.E. Verlaan, 1980.
Trefwoorden Algemene en Politieke Geschiedenis