De Vader des Vaderlands. Prins Willem van Oranje na vier eeuwen herdacht

Titel De Vader des Vaderlands. Prins Willem van Oranje na vier eeuwen herdacht, Utrecht: Utrechtse Plaat-, Boek-, Courant- en Handelsdrukkerij v/h Joh. De Liefde, [1933]. 184 blz. ill.
Auteur Andringa Gz., W.
Jaar van uitgave 1933
Citaat "Toen dit gruwelijk en schandelijk staatsstuk (Ban van Filips II, GWD) in de Nederlanden verscheen, ging er een siddering door veler hart. De Staten, beducht, dat iemand, door den bloedprijs ver­lokt, een aanslag tegen 's Prinsen leven mocht wagen, besloten zijn lijfwacht met 150 man te vermeerderen.'s Konings noodkreet zou niet ongehoord blijven. Het schuim aller volken werd wakker op het geklinkklank van het goud. De Prins was voortaan van moordenaars omringd, die met dolk en gif, het op zijn leven toelegden. Toch wankelde hij niet. „Ik ben in Gods hand," getuigde hij. „Mijn wereldsch goed en mijn leven zijn sedert lang aan Zijn dienst gewijd. Hij zal er over beschikken, zooals Hem voor Zijn eer en mijn heil, het beste dunkt." Hij bleef waar hij was en deed wat zijn hand vond om te doen, terwijl hij een „Apologie oft Verantwoordinghe" door zijn hofprediker de Villiers, liet opstellen, die van verontwaardiging gloeide en tintelde, van het bewustzijn, een rechtvaardige zaak met een goed geweten te hebben verdedigd en voorgestaan. Met verpletterende heftigheid wierp de aangevallene zich op zijn tegenstander. „Als een onweder, dat door zijn ratelende donderslagen alles tot zwijgen brengt, dat met zijn bliksem­stralen, de donkerste schuilhoeken des verraads verlicht, weerklonken de woorden van hem, wiens taal somwijlen zoo liefelijk, maar soms ook zoo vernietigend wezen kon."De pijlen van den laster werden teruggeslingerd op den vorst, die door zijn wanbestuur, het verderf des lands had bewerkt, die 's Prinsen vermogen aan de schatkist, zijn hart aan den moordenaar, zijn ziel, naar men hoopte, aan den satan had overgegeven. Daar de breuk nu onheelbaar was, had hij alle recht om den ban met verachting van zich te werpen en 's konings lasterlijke aanklacht met verheven versmading te beantwoorden.Dit stuk wekte zoowel de bekommernis, als de bewondering zijner vrienden. „Nu is de Prins een kind des doods," riep Aldegonde verschrikt uit. De Staten-Generaal verzochten den Vader des Vaderlands, die bereid was om zelfs ballingschap en dood te ondergaan, indien dit aan het lijden des lands een einde kon maken, zijn waardigheid te blijven bekleeden en beloofden hem krachtigen bijstand.Oranje werkte onvermoeid door aan „de kroonlijst van 't gebouw der Unie": de verwerping der Spaansche dwang­heerschappij, de algeheele breuk met Filips II en Spanje. En hij mocht slagen in deze gewichtige zaak. Na eenige maanden onderhandelens teekenden de Vereenigde Staten van Brabant, Gelderland, Zutfen, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijsel en Mechelen, te 's Graven­hage vergaderd, 26 Juli 1581, een plakkaat, waarin de ont­aarde vorst vervallen werd verklaard van „zijn gerechtig­heid, heerschappij en erfenis in de voorzeide landen." On­gerijmd was het denkbeeld, dat een volk tot gehoorzaam­heid verplicht bleef, al had een vorst van zijn kant alle wetten vertreden, alle eeden en beloften geschonden. De vorst was geschapen om den wil der onderzaten, zonder welke hij geen vorst is, om hen met recht en rede te re­geeren, voor te staan en lief te hebben, als een vader zijn kinderen en een herder zijn schapen, die zijn leven geeft, om hen te bewaren. Alle beambten, heeren, leenmannen en ingezetenen, zouden voortaan ontslagen zijn van den eed, dien zij den koning van Spanje hadden gedaan. Zijn naam en zegel mochten niet langer worden gebruikt; zijn beel­denaar en wapens verdwenen van de munt en ieder spoor van zijn voormalige heerschappij werd vernietigd. De kluis­ters waren afgeschud, waarin Spanje het volk geklonken had: de Nederlanden waren voor het schrikbewind van Filips II voor goed verloren, dank zij den Prins van Oranje, die onder Gods bestier, hun een zelfverloochenend leidsman was geweest." (161/2)
Trefwoorden Algemene en Politieke Geschiedenis