Officieele berichten omtrent het gevecht bij Daelhem (25 april 1568)

Titel "Officieele berichten omtrent het gevecht bij Daelhem (25 april 1568)", in: Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde, zesde reeks, deel 7, 's Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1928, pp. 279-288. Noten.Foto's artikel: http://www.periodata.nl/dataweb/AlfenGevechtDaelhem.pdf "De enkele keeren, dat door historici in onzen tijd meer dan ter­loops aandacht geschonken is aan het gevecht tegen de „rebellen" bij Daelhem, is daarbij nimmer de vraag geopperd, of er mogelijk nog officieele gegevens over bestaan en wat deze ons omtrent plaats en verloop van dit begin der krijgsverrichtingen van Alva in de Nederlanden zouden kunnen leeren.Pastoor Meulleners, die in chronologische volgorde der be­doelde historici vooraan komt, heeft daar vast geen oogenblik zelfs aan gedacht. Hem drong de zin voor locale geschiedenis en zoo alleen kwam hij als pastoor te Mook onontkoombaar gevan­gen onder de herinnering aan den bekenden slag op de Mooker­heide, die volgens hem ten onrechte zoo wordt genoemd, waarbij hij ook als Limburger vanzelf tot de behandeling kwam van de legertochten tusschen Maastricht en Mook sedert 1568 tot 1575. Een zonderling verhaal der gebeurtenissen, al genoegzaam blij­kend uit hetgeen nog verder tot den titel van zijn uitvoerig op­stel behoort en gelijktijdige belastingen en inkwartieringen te Elsloo. Als hij over het gevecht bij Daelhem gaat schrijven, noemt hij vooraf zijn bronnen: een Fransche vertaling van de Comentarios van Mendoça, de oude Duitsche vertaling van Ulloa's Commentarii en als Dritte im Bunde een rekening der schepen­bank van Elsloo. Van zulk een naieveling, die doet denken aan den ouden Nuyens met zijn evenzoo dikwijls wonderbaarlijke bronnencombinatie, valt a priori niet te verwachten, dat hij zich bovengenoemde vraag zou hebben gesteld.Dan volgt Rachfahl, want bij Ernest Gossart speelt de krijgs­geschiedenis bijna geen rol, zoodat hij een boek over de vestiging van het Spaansch bestuur in de Nederlanden en den opstand heeft kunnen schrijven, zonder dat daarin Daelhem ook maar ge­noemd wordt. Rachfahl, die als Duitsch geleerde niets overslaat en altijd genoeg gegevens bij de hand heeft, waarop zijn verhaal kan steunen, zwijgt over de bronnen, waaraan hij zijn beschrijving van het gevecht bij Daelhem ontleend heeft, ofschoon die tot in bijzonderheden afdaalt. Maar bij deze gelegenheid is het toch, zooals zal blijken geen officieele bron, waaraan hij zijn verhaal heeft ontleend.Rest nog het artikel van den heer H. Hettema Jr., het laatst over deze aangelegenheid verschenen. Hem was het meer om Daelhem dan om het gevecht te doen, maar met critischen blik heeft hij toch beide gemonsterd. Vreemd, dat ook hij zich niet de vraag betreffende het al of niet bestaan van officieele berichten heeft gesteld. Hij, wien de verwarring was opgevallen in de plaats­bepaling van dit Daelhem en die daarom naar bewijs zocht der alleen juiste opvatting, dat deze plaats in het Guliksche lag. Dat bewijs leverde hij, maar volgens de indirekte methode, zou men in de wiskunde zeggen. Het is wel even afdoend, maar het kon kor­ter.Inderdaad kan het ook korter, want de officieele gegevens zijn aanwezig. Het is Alva zelf, die het ons zeggen zal. Maar wie zich er toe zet om daarnaar te zoeken, begint met mis te tasten." (279/280)
Auteur Alfen, H.
Jaar van uitgave 1928
Trefwoorden Militaire Geschiedenis