1533-1933. Willem

Titel 1533-1933. Willem, Prins van Oranje. De Vader des Vaderlands. Kampen: J.H. Kok, 1933. 37 blz. ill.XXZUVA
Auteur Akker, W.
Jaar van uitgave 1933
Citaat "Dat was een leutig leventje, met al die broers en zusters op den Dillenburg.Daarbij kwam, dat Gravin Juliana, zijn moeder, in het groote kasteel telkens gasten kreeg. En die bleven er soms wel een half jaar of langer. Meestal waren het jongens en meisjes, kinderen van edellieden, die zelf niet voor hun opvoeding konden zorgen en dan ze naar den Dillenburg stuurden.Het leek er dus wel een kostschool in het klein en Vrouwe Juliana was in den verren omtrek bekend, niet alleen als een bekwame, maar ook als een geloovige opvoedster. Gaarne vertrouwde men zijn kinderen aan hare zorgen toe. Vooral in die woelige tijden, waarin de edellieden meest van huis waren, om hun vorst in den krijg te dienen. En het geld, dat zij daarvoor offerden, kon de Gravin best gebruiken, want het steeds grooter wordende gezin had heel wat noodig. De vader van den Prins, Jan de Oude, werd ook wel schertsend Jan de Rijke genoemd, maar dan bedoelde men rijk aan kinderen!" (5)"Het verdrukte volk vatte echter moed. Overal kwamen de hagepreeken in zwang. Nergens kon de Landvoogdes de openbare prediking van den Christus naar de Schriften beletten. Wel komt een plakkaat — 8 Juli 1565 — tegen het preeken in het veld, maar 't had alleen tengevolge, dat men nu gewapend ter predikatie opging. Een hagepreek werd een krijgsbedrijf. Ook het onrustig en muitziek gepeupel, al verstond het weinig van den zielestrijd der ketters, voegde zich bij de Protestanten — zooals dat meer in tijden van onrust en gebrek gebeurt — om met knuppel en piek te razen tegen de priesters en „Vive les Gueux", te roepen. Overal kwam vrees voor oproer en een bloedbad. De Landvoogdes was radeloos. De onrust van den Prins klom met den dag. Al zijn schier boven-menschelijke pogingen om de uitersten van beide partijen te verzoenen en een compromis — een bemiddeling — tusschen Vorst en onderdanen tot stand te brengen, mislukten.Toen kwam de noodlottige Beeldenstorm, 1566. Overmoed en onverstand dreef de massa des volks daarheen, waar de Prins ze juist niet hebben wilde. Had hij dat voorzien? Waarschijnlijk, maar hij kon het niet keeren.Het Verbond der Edelen sprong uiteen. De Landvoogdes herwon haar macht, de gunstige uitzichten der Hervormden verdwenen, de komst van Alva met zijn leger ter strafoefening, werd er door voorbereid.Brederode met tal van Edelen verlieten nu het land. Overal werden de leeraars der Reformatie vervolgd. Valenciennes, het hart der Gereformeerden in België, werd ingenomen en uitgemoord. Guido de Brès, één der predikanten aldaar, ging juichend naar het schavot. „Heden sterf ik voor den naam des Zoons van God en word genoodigd aan de bruiloft des Lams", zoo riep hij uit.De Landvoogdes schrijft een nieuwen eed van gehoorzaamheid voor "een elk en een iegelijk, zonder eenige uitzondering." Egmond legt opnieuw dien eed af, Oranje weigert. Hij heeft den eed eenmaal afgelegd en fier weigert hij dit ten tweeden male te doen. Egmond tracht hem over te halen. "Dan zijt ge spoedig een Prins zonder land," zoo zegt hij. "En gij een Graaf zonder hoofd," antwoordt de Prins. Zoo scheidden zij. Ze hebben elkander nooit weergezien." (13/4)
Trefwoorden Algemene en Politieke Geschiedenis Literatuur, Toneel, Muziek, overige Kunsten massa